Kolonisten gezinnen - Veenhuizen 3

Extract uit de Notulen van het Verhandelde in de Raad van Tucht

op den 12 November 1836


De Raad geconvoceerd zijnde, wordt door den Voorzitter geopend.

Wordt voorgenomen de omstandigheid die er met de dochter van den Kolonisten Bouwboer Friso heeft plaats gehad, namentlijk hare bevalling op den 12 October JL van eenen onechten Zoon, waarvan als vader is opgegeven Harm Gerrits Timmerman, zoon van den Bouwboer Timmermans aan het 1e Etablissement.

Men laat Hermana Friso binnen komen om gehoord te worden.-

Zij verklaart dat de Vader van het kind de persoon is waarmede zij wenschte in het huwelijk te mogen treden en waartoe bereids eene voordragt aan de P.C. gedaan is,-

betuigd verder dat alleen schaamte de reden is geweest waarom zij tot het laatste oogenblik ontkent heeft van zwanger te zijn-

gevoelt echter te zeer dat zij strafbaar is; doch hoopt op eenige Consideratie.

Gezien artikel 3 van het Reglement van Tucht voor de Arbeiders Huisgezinnen luidende als volgt:
Litt. f: “Onzedelijke omgang met of verleiding tot onzedelijkheid van anderen”
2 van art 3: “ verplaatsing voor een onbepaalden tijd naar de Kolonie aan de Ommerschans voor hen die zich schuldig maken aan het misdrijf onder Litt. f genoemd.”

De Voorzitter vraagt naar de gevoelens der Leden.-

De leden vermenen in dezen niet anders te kunnen dan als tot de verwijdering naar de Ommerschans te moeten overgaan, nogthans gaarne zien zullende dat de P.C. de straf eenigzints verligt op zoodanig eene wijze als in hunl. wijsheid zal vermeent worden te behoren.-

De beklaagde wordt van de beslissing kennis gegeven en treed daarna wederom af.-
De Raad wordt gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven
De President en Leden
(was getekend) S. B. Drijber
C. W. Rensing
L. Nijenbandering
C. Blanke
Priem
Voor Extract Conform, De Secretaris
Haarman


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag