Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-3

Kolonie Veenhuizen 3e Etablissement Extract uit de Notulen van het Verhandelde in de Raad van Tucht op den 10 Meij 1837


De Raad geconvoceerd zijnde, wordt door den President geopent.-

De Zwangere Staat waar in de dochter van den arbeiders kolonist Bijkerk beschuldigt wordt te verkeren, zal worden voorgenomen en behandeld.-

De beschuldigde komt binnen.

De president vraagt haar of het waarheid is dat zij zich in eenen Zwangeren Staat bevint, en zoo ja, wie de persoon is, met wien zij een onzedelijken omgang gehad heeft.-

Zij bekent hare Zwangerschap en geeft den kolonisten zoon Gijsbertus Verhoeks te frederiksoord als vader van het Kind op, verklaart overigens met geen ander persoon immer eenigen omgang gehad, veel minder onzedelijkheid gepleegt te hebben.-

Gezien art 2 sub Litt f van het Reglement van Tucht voor de arbeiders huisgezinnen, luidende:
“Onzedelijke omgang met of verleiding tot onzedelijkheid van anderen”
als mede art 3 sub 2e  zijnde van den volgenden inhoud:
“Verplaatsing voor een onbepaalden tijd naar de kolonie aan de Ommerschans van hen  die ongeregeldheden en misdrijven onder de La d en f genoemd begaan.”

De Raad kan niet anders, als overeenkomstig bovengemelde artikelen, tot de verwijzing overgaan.

Verwijst Louisa Dorothea Bijkerk onder approbatie van de Permanente Kommissie voor een onbepaalde tijd naar de Kolonie aan de Ommerschans.

De schuldige hoort haar vonnis en treed daar na af.-

De President verwittigt de Leeden bij deze gelegenheid dat de approbatie op de verwijzing naar de Ommerschans van Vrouw Bijkerk alsnog aanhangig is.

De Raad wordt daar na gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven
C. Blanke
S. B. Drijber
H. Priem
C. W. Rensing
L. NBandring


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag