Kolonistengezinnen - Veenhuizen-1

Proces Verbaal van het Verhandelde bij den Raad van Policie en Tucht voor de Kolonisten Huisgezinnen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen
Zitting van Zaturdag den 6. January 1838



De Raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig, uitgenomen het Lid der Raad Klaas Bronsema die hierin door ziekte werd verhinderd.

Tengevolge Art 10 van het Reglement van Policie en Tucht voor Kolonisten Huisgezinnen, behorende bij de Resolutie der Permanente Commissie van Weldadigheid van den 8 July 1829 N. 19 Zoo zijn de beide leden der Raad Klaas Bronsema en Benno Willems Dirkland door den President voor die waarneming bedankt.

Den Adjunct Directeur alhier van het Gesticht als voorzitter heeft krachtens gemeld Art. voor dit dienstjaar aan de Leden voorgesteld en is bij meerderheid van stemmen benoemd voor dit dienstjaar den Arbeider Pieter Karel van Gemert en weder ingekoomen Benno Willems Dirkland.

Naar dat de twee nieuw benoemde Leden mede Zitting hadden genomen was door den President ter tafel gebragt eene bij hem ingekomen aanklagt tegen den Bedelaars Kolonist Pieter de Haan wegens beledigende uitdrukkingen tegen den wijkmeester M. Huisman in bij zijn van den opziener D. Wiemes.

De raad heeft deze getuigen gehoord die de aanklagte van M. Huisman bevestigde en hij den leider geweigerd heeft te gehoorzamen.

Vervolgens heeft de Raad den aangeklaagde doen binnen staan om hem ten deze te horen-

hij bekende dat de aanklagt conform de waarheid was, doch zulks was geschied in eene te verregaande en zijne gebezigde uitdrukkingen van belediging tegen den wijkmeester gedaan hem berouwden- daar er dus niets ter zijner Verschoning was bij te brengen heeft de raad hem doen buiten staan om over de hem op te leggen straf te delibereren.

Daar de aangeklaagde Art 2 van genoemd Reglement heeft overtreden vervat sub La …..?
“weigering van gehoorzaamheid aan, onbescheidenheid jegens, of wel dadelijk verzet tegen een van de koloniale ambtenaren” waar op de straf bij Art 3 is bepaald
“Opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer, naar gelang der omstandigheden, van hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder La a tot g vermeld heeft schuldig gemaakt.

2e  Verplaatsing voor een onbepaalden tijd naar de kolonie aan de Ommerschans van hem die zich andermaal aan de verkeerdheden schuldig maakt  enz.”-

De raad heeft naar aanlijding hier van den aangeklaagde bij meerderheid van stemmen gecondemneerd tot opsluiting voor vier dagen in de strafkamer.

Verlangende de Raad dat aan dit vonnis onverwijld executie worde gegeven, waar van Proces Verbaal is opgemaakt, den gecondemneerde hebbende doen binnen staan is dit vonnis hem voorgelezen.

Zijnde dit Proces verbaal door alle de Leden der raad met den President ondertekend.

Gedaan te Veenhuizen 1e Gesticht den 6. January 1838
Poelman, pres
Textor
Kuipers, ond
B. Dirkland
P.K. van Gemert
L. Coelen, secr


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag