Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-3

Kolonie Veenhuizen 3e Etablissement Raad van Tucht in het 3e gesticht op den 16 Maart 1838


De Raad geconvoceert zijnde wordt door den voorzitter geöpent.-

Wordt voorgenomen de verdenking van zwangerschap van Katharina Bartels vóór-dochter in het huisgezin van den arbeiders kolonist Gerritsma.-

De beschuldigde wordt binnen geroepen.-

De president vraagt haar of het waarheid is dat zij zich in eenen zwangeren staat bevindt;-
waarop zij te kennen geeft van, Ja, terwijl zij na verdere ondervraging belijd dat de zoon van den Hoevenaar Geraets te Ommerschans Theodorus genaamt, de persoon is met wien zij eene onzedigen omgang gehad heeft,
verder geeft zij te kennen dat het evenwel zedert eenen geruimen tijd hun beider verlangen geweest is, om te mogen huwen te bewijze waar van zij twee brieven overhandigt, waaruit dit verlangen van Theodorus Geraets consteert.-

De beschuldigde treed daar na af.-

Gezien art 2 lett f van het Reglement van Politie en Tucht voor Kolonisten Huisgezinnen van den 8e Julij 1829, luidende als volgt
“Onzedelijke omgang met of verleiding tot onzedelijkheid van anderen”
Zal volgens art 3 sub 2 gestraft worden met eene verplaatzing naar de Kolonie aan de Ommerschans voor eene onbepaalde tijd.-

De president vraagt het gevoelen van de Raad en wel aan ieder lid in het bijzonder.-

De Raad vermeent eenpariglijk niet anders in dezen te kunnen doen als Katharina Bartels te verwijzen voor een onbepaalde tijd naar de Ommerschans zoo als onder approbatie van de Permanente Kommissie geschied bij dezen nogthans gaarne zien zouden, dat in dezen termen tot een verzagtender straf mogten kunnen gevonden worden.-

Niemand iets meerder hebbende voor te dragen, zoo wordt de Raad gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven
De President & Leden
S. B. Drijber
C. W. Rensing
L. NBandring
C. Blanke
H. Priem


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag