Kolonistengezinnen - Veenhuizen-1

Geen transcriptie van de zitting van 24 maart 1838, ALLEEN een transcriptie van de begeleidende brief van de directeur, dd 27 maart 1838 en met nummer N706, bij het inzenden van het proces verbaal naar de permanente commissie:

Frederiksoord den 27e Maart 1838

Ik heb de eer UWEdG hierbij intezenden een Proces Verbaal van den Raad van tucht over de huisgezinnen, bij het 1e Gesticht te Veenhuizen houdende  verwijziging van het hulpbehoeftige huisgezin van J. F. van Sas ter zake van verkocht of verpand huisraad en gereedschappen, zijnde dit hetzelfde huisgezin, hetwelk bij Art 2 van UWEdG Resolutie van den 16e dezer maand N. 2 (2 is doorgestreept en vervangen door 25) genoemd (Kantlijn: 16 Maart is het ontslag aan B. Zaken voorgesteld) is en wiens ontslag, in deze omstandigheid, indien het te weigeren is, mijns inziens, niet behoorde te worden toegestaan, te minder daar hetzelve ten eenenmale buiten staat is, om in deszelfs onderhoud te kunnen voorzien.-

Ik voeg hier nog bij eene aanklagte, door den Onder Directeur bij hetzelfde Gesticht, van het arbeiders huisgezin van J. Oomes, welks ontslag bij opgemelde Resolutie is toegestaan, ter zake van door hem verkochte 8 beddelakens; met verzoek aan UWEdG., om mij te willen doen kennen, of, des niettemin, aan dat ontslag moet worden gevolg gegeven en of zijn verzoek om van zijn huisraad en
gereedschappen bij zijn vertrek te mogen mede te nemen, niet behoort te worden afgeslagen.
De Directeur der Kolonien
J. van Konijnenburg

Onderaan de bladzijde is bijgeschreven, hoogstwaarschijnlijk door de permanente commissie:
:
Voor het 1 punt in advies te houden tot dat B. Zaken op 16 Maart zal hebben geantwoord.
Wat het 2 betreft den directeur te zeggen dat het ontslag in de omstandigheden evenwel dadelijk plaats kan hebben, doch van het huisraad kan niets worden mede gegeven.

Dan nog een zin die niet leesbaar is.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 193, de scans 494-495

Notities bij het zittingsverslag