Kolonistengezinnen - Veenhuizen-1

Proces verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Kolonisten Huisgezinnen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen
Zitting van Dingsdag den 28 Augustus 1838


De Raad door den President geconvoceert zijn de waren  alle de Leden tegenswoordig-

Naar aanlijding van het Proces Verbaal dd 18 dezer de Huisvrouw van de bouwboer Bakker gedaagd zijnde heeft men haar doen binnen staan.

De President met de tegen haar ingebragte beschuldigingen haar hebbende bekend gemaakt heft zij daar op verklaard nimmer van een kolonist iets te hebben gekocht en dat al het tegen haar ingebragte bezijden de waarheid was.-

De raad heeft als toen in haar bijzijn gehoordi

1e Maartje Kornelissen, dewelke even als bij de vorige zitting heeft verklaart aan haar te hebben verkocht een Roode Baayen Rok voor 60 ct en een doek voor 15 ct

2e A. Ewald heeft even als in de zitting van de 18e dezer verklaart aan de beklaagde te hebben verkocht een paar klompen voor 5 ct en een doek voor 12 1/5 ct.

Van beide deze beschuldigingen zeide de beklaagde niets te weten en hield staande de kolonisten niet te kennen of nimmer iets van hen te hebben gekocht.

3e gehoord B. Vleeschman die ook als te voren verklaarde aan de beklaagde te hebben verkocht een Katoene hemd voor 30 ct, waar op de beklaagde heeft geantwoord dat B. Vleeschman (die zij wel scheen te kennen) toen zij ontslagen was haar een te koop had aangeboden, maar dat dit door de beklaagde was geweigerd geworden, hierop antwoorde Vleeschman dat die verkoop meer dan een half jaar naar dit voorval had plaats gehad.-

Na allen te hebben gehoord heeft de raad de aangeklaagde doen buiten staan om over de al dan niet schuldig verklaring te oordelen.

Na dit verhoor rijpe Deliberatien te hebben genomen heeft de raad de aangeklaagde schuldig verklaard aan de haar ten laste gelegde Aankoop van goederen.

Gezien het Reglement van Policie en tucht voor de kolonisten huisgezinnen van waar geen Art. van toepassing is op den opkoop van Koloniale goederen, door hoevenaars.

De raad heeft besloten zoo als dezelve besluit bij dezen om deze zaak te brengen ter Kennis van de Permanente Commissie, om in dezelve te handelen zoo als zij zal ?? te behoren.

Waar van Proces Verbaal is opgemaakt. De beschuldigde hebben doen binnen staan, is dit haar voorgelezen, naar door den president met alle de leden der raad te zijn ondertekend.

Gedaan te Veenhuizen op dag en Datum als boven is gemeld.
Poelman, pres.
Textor
Kuipers
P.K. van Geemert
B. Dikland
L. Coelen, secr.


Bijlage 1: Brief van de adjunct-directeur van het tweede gesticht te Veenhuizen van 2 augustus 1838


Nr. 132
Aan den Heere Adjunct Directeur bij het 1e Gesticht

Veenhuizen den 2 Augustus 1838

Mits dezen  geef ik UwEd, kennis, dat het mij heden middag, uit de raad van tucht is kennelijk geworden, dat den Bouwboer, Bakker bij het 1e Gesticht, zich zoude hebben schuldig gemaakt aan het opkopen van Koloniste Kleeding Stukken; zoo zijn onder anderen alhier de Kolonisten die aan Hem de navolgende Kleeding hebben Verkocht

Maartje Kornelissen, 1 roode rok voor 60 ct en een doek voor 15 centen

A. Ewald een paar klompen voor 5 ct en een doek voor 12 1/5 c

B. Vleeschman 1 Katoenen Hemd voor 30 Ct

terwijl Hij tevens onder zware bedenking staat dat er door hem ook Jeneverdrank aan de Kolonisten vernegotieerd worden.-

Ik heb  bovenstaande vrouwen niet eerder tot bekentenis kunnen krijgen, voor en aleer ik hen dreigde tot eene ligchamelijke Kastijding, en Verklaarde Zij eindelijk, dat zij de waarheid niet hadden durven zeggen, uit vrees voor eene Strenge behandeling daarover van den kant der betrokken boer.-

UwEd wordt dierhalve verzocht deze zaak snel te willen onderzoeken en de (boer) achtervolgen.

De Adjunct Directeur
was get. J. Kluvers


Bijlage 2: Brief van de adjunct-directeur van het tweede gesticht te Veenhuizen van 18 augustus 1838


Aan de Weledele Heer J.Poelman, Adjunct Directeur 1e Gesticht Veenhuizen

Veenhuizen den 18 Augustus 1838

Nr. 199

Ter beantwoording aan den inhoud van Uwld schrijven van gisteren No. 128 zouden onder gelijde de drie Vrouwen Zoo als ik dezelve in de mijne van den 2 dezer  N 180 hebbe opgegeven, maar hebbe nu dit getal nog vermeerderd met twee mannen kolonisten, die van den Bouwboer Brood, Aardappelen en Vleesch zoude hebben gekocht en daardoor alzo ook in deze zaak zoude zijn betrokken.

De Adjunct Directeur
was get. J.Kluvers


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag