Kolonistengezinnen - Veenhuizen-1

Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad voor Policie en tucht voor kolonisten Huisgezinnen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen
Zitting van Dingsdag den 1 December 1838


De Raad door den President geconvoceert zijnde waren alle Leden tegen woordig.

Door den President werd aan de Raad kennelijk gemaakt een bij hem ingekomen aanklagt gedaan door de Bedelaars Koloniste Hendrica Appa, jegens haren man Wieke Jans Koning welke zich bij aanhoudendheid schuldig maakt, aan het misbruik van Sterken drank, waar door hij van tijd tot tijd niet in staat is in geregeld zijne werkzaamheden waar te nemen en voort te zetten, zijne verdiensten niet toereikend zijn in het onderhoud van zijn huisgezin te voorzien;

Zoo als in de week van den 1e Dezer hij slechts verdiend heeft ??; vroeger was hij bij den landarbeid werkzaam, doch (uit?) onwil om te werken, gaf hij voor, uit hoofde hij dubbel gebroken was, dit werk niet langer te kunnen uithouden; men hem fabrijk werk heeft gegeeven waar hij even traag in handeld, als hij altoen gedurende zijn verblijf alhier bewezen heeft.

De raad heeft den beschuldigden en de aanklaagster doen binnen staan om hen ten deze te horen.

De aanklaagster verklaarde bovenstaande nogmaals met bijvoeging tevens, dat hij beklaagde in zijn dronkenschap niet wetende wat hij deed, gewoonlijk eenig goed aan stukken sloeg.

De beklaagde hier niets op kunnende inbrengen, heeft men hen doen buiten staan om over de hem op te leggen straf te delibereren.

Art. 3 § L i D van bovengemeld Reglement zijnde overtreden “Misbruik maken van Sterken drank”, waar op Art 3 zegt
De straffen op de in het vorige artikel uitgedrukte verkeerdheden en misdrijven gesteld, zijn:
1e Opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer, naar gelang der omstandigheden, van hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder La A tot C vermeld heeft schuldig gemaakt.
2e Verplaatsing voor een onbepaalden tijd naar de kolonie aan de Ommerschans van hem die zich andermaal aan de verkeerdheden schuldig maakt of de ongeregeldheden en misdrijven onder de La D en F genoemd enz.

Daar het den President reeds meermalen is gebleken dat voornoemde beschuldigde bij voortduring misbruik van Sterken drank maakt, de vermaningen die men hem hier over heeft gegeven vruchteloos schijnen te zijn geweest, dit huisgezin door wangedrag zich de gunst eener afzonderlijke woning onwaardig maakt,

Zoo heeft de Raad bij algemeene stemmen besloten volgens het besluit der Permanente Commissie van den 19e  September 1836 Art 2 om hunne ontbinding en terugplaatsing in de zalen der Bedelaars gestichten voort te stellen.

Waar van dit proces verbaal is opgemaakt; de gedaagde hebbende doen binnen staan is dit hem voorgelezen na door den President met alle de Leden der raad te zijn ondertekend.-

Gedaan te Veenhuizen 1e Gesticht op dag en datum als boven is gemeld.
J. Poelman, pres
Textor
Kuipers
P.K.van Geemert
B. Dikland
L. Coelen, secr.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag