Arbeiders bij het derde gesticht Veenhuizen

Kolonie Veenhuizen, 3e Gesticht Raad van Tucht gehouden op den 10 December 1838


De Raad geconvoceert zijnde wordt door den voorzitter geöpent.

De arbeiders kolonist K. Oostwoud is gister nagt op het ontvreemden van wortelen uit de kuilen in de koloniale Tuin aanwezig, betrapt geworden, en wordt daar over voor de Raad geroepen.-

De president doet den aangeklaagden binnen komen, vraagt hem naar de oorzaak van zijne diefstal, waar op hij te kennen geeft dat hij door behoefte tot dezen stap gedreven was geworden, daar na wordt hem onder het oog gebragt, wat de gevolgen van deze zijne handelings worden kunnen, daar hij in het kwade hoe langer zo meerder verhard, waar na hij wederom aftreed.-

Gezien art 2 van het Reglement van Tucht voor de Koloniale huisgezinnen luidende:
Voor ongeoorloofde en aan bepaalde straffen onderhevige handelingen en gedragingen worden gehouden a, b, c, d  enz.
e “Ontvreemding  verwaarloozing opzettelijke beschadiging en verkoop of verpanding van eens anders goed het zij van mede Kolonisten het zij van de Maatschappij in gebruik toevertrouwt”
zal volgens art: 3 gestraft worden met:
“Dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde, verkochte of verpande door hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder  La e vermeld schuldig maakt, benevens opsluiting voor acht dagen in de strafkamer of ook wel verplaatsing naar de Ommerschans, naar gelang der bijzondere omstandigheden, zullende herhaling van dit misdrijf altijd met verplaatsing naar de Ommerschans buiten de vergadering worden gestraft.”

Overwegende dat de arbeiders kolonist K. Oostwoud sedert meer dan twee jaren zich aan onderscheidene ontvreemdingen heeft schuldig gemaakt, die hem evenwel nimmer regtstreeks hebben kunnen bewezen worden niettegenstaande men zulks uit onderscheidene omstandigheden klaarblijkelijk konde afleiden.

Overwegende dat hij als hoeveknegt zijnde een weeklijksch salaris van f 4.- zelve geniet en alzo met de verdiensten van zijne vrouw, die altijd nog al iets bedragen in zijn huisgezin van 5 zielen niet eene zodanige behoefte kan hebben, die als oorzaak van zijn misdrijf zoude kunnen aangemerkt worden.

Overwegende eindelijk dat het huisgezin van Oostwoud kan geacht worden het aller vuilste ja liederlijkste huisgezin van het Gesticht te zijn.-

De President vraagt het gevoelen van ieder lid in het bijzonder.-

Eenpariglijk vermeenen de Leden het Huisgezin van den arbeiders Kolonist K. Oostwoud te moeten verwijzen naar de Strafkolonie aan de Ommerschans op grond van de tweede zinsnede van het hier voren aangehaalde artikel van het Reglement van Tucht, aangezien alhier bijzondere omstandigheden bijkomen die een verwijdering van het Gesticht noodzakelijk maken.-

De voorzitter veréénigt zich met dit gevoelen en alzo wordt het Huisgezin van den arbeiders Kolonist K: Oostwoud onder approbatie van de Permanente Kommissie voor een onbepaalde tijd verwezen naar de Strafkolonie aan de Ommerschans.

De arbeiders kolonist Oostwoud wordt wederom binnen geroepen en bekent gemaakt met het geen de Raad omtrend hem besloten heeft, waar na hij wederom aftreed.-

De Raad wordt daar na gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven
De President & Leden
S. B. Drijber, C. W. Rensing, L. NBandring, Koens, C: Blanke


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag