Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-3

Vergadering van de Raad van Tucht voor de Huisgezinnen op den 24 Januarij 1839 aan het 3e Etablissement Veenhuizen


De Raad geconvoceerd zijnde, wordt door den Voorzitter geöpend.

De Voorzitter verwittigt de Leden dat er vermoeden bestaat dat Gezina dochter van den arbeiders kolonist Hilberts zich in eenen zwangeren staat bevindt.-

Men doet de beschuldigde binnen komen.

De president vraagt haar of het waarheid is hetgeen men van haar zegt, waarop zij te kennen geeft van Ja en geeft de zoon uit het arbeiders Huisgezin van de Wed. Pegman, als de persoon op, met wien zij eenen onzedelijken omgang gehad heeft.-

De zoon van de Wed. Pegman, Hendrik Fredrik, wordt ontboden en komt binnen, en bekent dat hij schuldig is aan het hem ten laste gelegde.-

Overwegende dat hier volkomen confessie bestaat en men dus dadelijk tot strafbepaling kan overgaan.-

Gezien art 2 Litt f van het reglement van Tucht voor de huisgezinnen, luidende
“Onzedelijken omgang met of verleiding tot onzedelijkheid van anderen”
Alsmede art 3 daarop volgende sub 2
“Verplaatsing voor een onbepaalde tijd naar de Ommerschans van hem die zich aan de misdrijven onder Litt f genoemd schuldig maakt.”

Condemneert Gezina Hilberts alsmede Hendrik Fredrik Pegman voor een onbepaalde tijd onder approbatie van de Permanente Commissie naar de Strafkolonie aan de Ommerschans.-

De beide schuldigen worden binnen geroepen en wordt hun vonnis bekent gemaakt.-

De Raad wordt daarna gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven door ons
President & Leden
S. B. Drijber
C. W. Rensing
L. NBandring
C. Blanke
H. Priem
Haarman


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag