Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-3

Kolonie Veenhuizen 3e Gesticht Vergadering van de Raad van Tucht op den 10 December 1839


De Raad wordt door den Voorzitter geöpent.

De Arbeiders Kolonisten Weduwenaar W. van der Valk wordt voor de Raad geroepen, daar hij zich zo ver in den drank te buiten gaat, dat hij en zijne kinderen gebrek beginnen te lijden.-

Hij verschijnt en beweert geen schuld te hebben, zegt ook van zich niet in den drank te buiten te gaan, welk antwoord wel te verwagten was.-

De voorzitter beveelt dat hij buiten gaat.

In aanmerking nemende dat Valk sedert eenen geruimen tijd zich aan den sterken drank heeft overgegeven,
en zich al verder en verder daar aan verslaaft, dat het zo ver gekomen is, dat hij en zijne beide kinderen door hem, beginnen gebrek te lijden en dat hij in stilte al zijn beddegoed heeft te zoek gebragt,
dat het den Adjunct- en Onder Directeur bij eene huisvisitatie gebleken is, dat hij van de volstrekste kledingstukken verstoken was, dat hij zelfs geen hembd meer aan had, en dat het overige in zijne woning naar evenredigheid zich bevond.

Gezien art 2 Litt c & e luidende:
“Misbruik maken van sterken drank”
“Ontvreemding, verwaarlozing, opzettelijke beschadiging en verkoop of verpanding van een anders goed, het zij van mede kolonisten het zij van de Maatschappij, in gebruik toebehorend of niet”
Zal volgens art 3 sub 3 gestraft worden met
“Dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde, verkochte of verpande door hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder  La  E vermelt schuldig maakt, benevens opsluiting voor acht dagen in de strafkamer of ook wel verplaatzing naar de Ommerschans, naar gelang der bijzondere omstandigheden, zullende herhaling van dit misdrijf altijd met verplaatsing naar de Ommerschans buiten de vergadering worden gestraft.”

Overwegende dat in dezen bijzondere omstandigheden niet alleen maar herhaling van misdaad plaats vind daar hij onlangs bij dronkenschap provoost arrest gedurende eenige uren heeft ondervonden.

Besluit de arbeiders-kolonisten-weduwenaar Wm van der Valk onder approbatie van de Permanente Kommissie te verwijzen voor een onbepaalde tijd naar het bedelaars gesticht alhier, en zijne beide kinderen in eene der Zalen van het 3e gesticht in te deelen, daar toch voor het tegenwoordige zich ook kinderen van het 2e gesticht alhier bevinden.-

De arbeiders kolonist Valk wordt zijn vonnis bekent gemaakt.

De Raad wordt daar na gesloten.

De President & Leeden
S. B. Drijber
C. W. Rensing
L. NBandring
P. Gijben
C: Blanke


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag