Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht en Policie voor Arbeiders Huisgezinnen bij het 1e Etablissement te Veenhuizen
Zitting van Zaturdag den 1 February 1840


Ingevolge Art 9 van het Reglement van Policie en Tucht voor de Kolonisten Huisgezinnen, behorende bij de Resolutie der Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid van den 8 July 1829 N. 19 zijn voor dit dienstjaar op voordragt van den Adjunct Directeur, Chef van het Etablissement, als leden van de raad herkozen de Arbeiders Kolonisten Bonne Willems Dikland en Pieter Karel van Gemert

Den raad door den voorzitter geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenwoordig.-

door den Voorzitter werd aan den Raad kennelijk gemaakt eene bij hem ingekomen aanklagte tegen de hulpbehoevende Koloniste Johanna Korssener beschuldigd van Verkoop der navolgende goederen haar in Juni des voorigen Jaars als 1e mise is verstrekt te weten:

Een Bultzak
Acht Beddelakens
Een wollen Deken
Twee Peuluwen
Twee Paren Schoenen
Een Baaye Rok
Vier gebrijde Borstrokken
Een Mestvork

De aangeklaagde voor den raad geroepen zijnde, doch door ziekte niet in staat daar voor te verschijnen, zijn gecompareerd hare twee Dochters, genaamd Derkjen Schraweg, oud 22 Jaren en Grietje Korssener, oud 19 Jaren, den raad heeft hen ieder in het bijzonder doen binnen staan om hen ten deze te horen.-

De Eerst gemelde gehoord zijnde, verklaarde, haar den Verkoop onbewust was geweest, daar dit gedaan was tijdens zij de krankzinnige huisvrouw van den kolonist ?? Plas bewaakte

de tweede genoemde verklaarde te hebben verkocht op last van hare Moeder aan de Persoone genaamd de ?????? van der Scheer te Westervelde gemeente Norg
2 Beddelakens voor f 1.20
1 Baaye Rok             f 0.40
1 Wollen Deken        f 1.60

Aan Johannes Holten Koopman mede aldaar woonachtig
2 Beddelakens voor f 1.80
1 idem voor                f 0,75
1 idem voor                f 0,80

den Bultzak, 2 Beddelakens, 2 Peuluwen en twee Paren Schoenen aan de huisvrouw van den Ontslagen Bedelaars Kolonist Otte Jans Smit, dat de 4 Borstrokken uitgetrokken waren tot Breien van Kousen, en de mestvork op het land was vermist,
daar het dus uit de eigene bekentenis van de aangeklaagde hare tweede dochter blijkt dat de klagte conform de waarheid is en Zij niets ter hunner Verschoning daar tegen hadden in te brengen,
Zoo heeft de raad de comparanten doen buiten staan om over de op te leggen straf te delibereren

daar de aangeklaagde Art 2 van het reglement van Tucht heeft overtreden vervat sup La E
Ontvreemding, verwaarlozing, opzettelijke beschadiging en verkoop of verpanding van een anders goed, het zij van mede kolonisten het zij van de Maatschappij, in gebruik toebehorend of niet.-

waar op Art 3 de straf toekend, Drie dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde, verkochte of verpande door hen die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder La E vermeld schuldig maakt, opsluiting voor acht dagen in de strafkamer of ook wel verplaatsing naar de Ommerschans, buiten de vergoeding, worden gestraft

Den raad in aanmerking nemende dat dit huisgezin door den Verkoop der voorgemelde goederen een groot gedeelte hunner uitrusting mist, waar onder artikelen zijn waar buiten zij volstrekt niet kunnen voor de nodige Verschoning,
en er geen vooruitzigt bestaat om immer of ooit de hier uit voortvloeyende schulden te betalen,
het daar en boven een huisgezin is dat geregeld wekelijks tot het minimum voorschot geniet, dat slordig op hunne kleeding is, onzindelijk in de huishouding en van eenen luien onwilligen aard.-

Zoo heeft de raad met algemeene stemmen besloten om aan de Permanente Commissie voor te stellen zoo als dezelve doe bij deze, om dit huisgezin over te plaatsen naar de Ommerschans, waar van Proces Verbaal is opgemaakt

Op dag en datum als boven is gemeld
J. Poelman, pres
A. Textor
Kuipers
B. Dikland
P.K. van Gemert
L. Coelen, secr


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag