Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-2

Proces verbaal van het verhandelde bij den Raad van Policie en Tucht voor de Kolonisten Huisgezinnen bij het 1e Etablissement te Veenhuizen
Zitting van Saturdag den 11 April 1840


De raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenwoordig, uitgenomen het lid van Gemert die door ziekte verhinderd werd de zitting bij te woonen.

Door den President werd aan den raad mededeling gedaan van eene bij hem ingekomen aanklagte tegen de Bedelaars Kolonist Jacobus Omes wiens dochters met name Antonia en Maria door den Onder Directeur buiten waren aangehouden, met twee kantschoppen, een Plagge schop, een Mest Vork en eenig ander IJzerwerk, toebehorende aan de Maatschappij het geen zij buiten de Kolonie wilden verkoopen.

De aangeklaagden voor den raad geroepen zijnde (uitgezonderd Maria Omes die door ziekten niet in staat was te verschijnen) zoo heeft den raad doen binnen staan Antonia Omes oud 19 Jaren, de welke verklaarde de hier voren vermelde aangehouden voorwerpen van haren Vader te hebben ontvangen, met last om die te gaan verkoopen bij zekeren Johannes Halz Koopman te Westervelde Gemeente Norg.

Vervolgens heeft men Jacobus Omes, de vader, doen binnen staan en na dat gemelde zijne dochter in bij zijn van hem het hier voren gemelde verklaarde, is hem door de President gevraagd of dit zoo was en ??  met Ja beantwoordende, en niets ter zijner Verontschuldiging hebbende in te brengen, zoo heeft de raad hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen straf te delibereren.

Daar zij Art 2 van het reglement van Tucht overtreden hebben vervat onder La E , Ontvreemding, verwaarlozing, opzettelijke beschadiging en verkoop of verpanding van een anders goed, het zij van mede kolonisten het zij van de Maatschappij, in gebruik toebehorend of niet

Waar op Art 3 van gemeld reglement de straf bepaald
Driedubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde, verkochte of verpande door hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder  La e vermeld schuldig maken, benevens opsluiting voor acht dagen in de strafkamer of ook wel verplaatsing naar de Ommerschans buiten de vergadering.


De raad in overweging nemende dat een Zoodanig huisgezin de gunst niet verdient om hier vereenigd te mogen wonen,
en om tevens een voorbeeld aan anderen te geven,
daar het genoeg bekend is, staande de meest mogelijke zorg die men ter bewaking om dit misbruik van de huisgezinnen voor te komen heeft evenwel nogal gestadig goederen verkocht waarom er velen het zelve, al het geen zij vinden als hun eigendom beschouwen;
vooral artiekelen  tot den landbouw behorende, waartoe zij de beste gelegenheid hebben, daar hun die daags in het werk toevertrouwd worden, of van de plaats waar dezelve bewaard worden wegnemen –

Zoo heeft de raad  met algemeene Stemmen besloten zoo als dezelve besluit bij deze om aan de Permanente Commissie voor te stellen de terug plaatsing van genoemde Omes en gezin naar de Ommerschans.

Waar van Proces Verbaal is opgemaakt, hen hebbende doen binnen staan is dit hen voorgelezen en door den President met alle de Leden der raad ondertekend

Gedaan te Veenhuizen als boven is gemeld
J. Poelman, pres
Kuipers
A. Textor
B. Dikland
Coelen, secr.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag