Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Eerste Gesticht Proces Verbaal van het verhandelde bij de Raad van Tucht en Policie voor Kolonisten Huisgezinnen
Zitting van vrijdag den 12 February 1841


Present: J. Poelman, president
Leden:
A. Textor
B.W. Dikland
P.S. Huinia
L. Coelen, secretaris

De raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenwoordig, uitgezonderd het lid G: Kuipers, Onder Directeur Buiten door wettige reden verhinderd deze zitting bij te wonen.-

De President geeft aan den Raad van Tucht te kennen dat ter zijner kennis was gekomen, dat op den 26. January dezes jaars ten huize van den Kolonist Arend van den Berg tans Zaalopziener aan dit Gesticht was bevallen van één Dood geboren Kind van het mannelijke geslacht zijne ongehuwde Dochter genaamd Trijntje oud 25 jaren.

Voornoemde van den Berg en zijne Dochter voor den Raad geciteerd zijnde, heeft men meergenoemde Van den Berg doen binnen staan.

Gevraagd zijnde of hij van de zwangerschap zijner dochter kennis had gedragen, verklaarde hij tot op het ogenblik van hare bevalling hier van onkundig te zijn geweest.

Verder is hem gevraagd of hij ook kennis droeg met wien zij dien aangaande Verkering konde gehad hebben of dat hij ook geene vermoedens had op den een of andere van de bevolking van het Gesticht.

Ook dit is ontkennend door hem beantwoord, alleen zegt hij: dat zijne dochter op eene avond in het laast der maand April A.P. van hare tegenwoordige stiefmoeder terug kerende bij hare thuiskomst had gezegd door iemand op de publieke weg in den omtrek van de Kerken te zijn aangerand, dat zij zich eenigen tijd hier na, ongesteld had bevonden zonder de aanleidende oorzaak hier van  te vermoeden,

hem vervolgens hebbende doen buiten staan, heeft de raad Zijne Dochter doen binnen roepen, om haar te hooren- dezelve gevraagd zijnde met wien zij verkering had gehad, wordt dit ontkennend door haar beantwoord,
alleen dat zij er één avond in het laast der maand April a.p. tusschen de kerken gewelddadig was aangerand geworden,
dat die persoon haar vervolgens had geleid tot na bij het schapenhok voor de 2e wijk en zegt zoo zij dien persoon zag hem als dan wel te zullen herkennen.
Verder is haar gevraagd wat de redenen geweest zijn dat ze hare vader niet met hare toestand had bekend gemaakt-
zij antwoorde hier op volkomen van hare onschuld overtuigd te zijn en niet konde vermoeden dat zij zwanger was zelfs tot aan het ogenblik harer bevalling toe.

Verder gevraagd zijnde of zij ook nog iets ter harer Verontschuldiging had in te brengen, verklaarde zij gerust en onschuldig ja onwetend harer toestand te zijn geweest –

De raad heeft haar vervolgens doen buiten staan om over de zaak te delibereren.


Daar het de raad voorkoomt dat het aangevoerde door Arend van den Berg zoo mede de Verontschuldiging van genoemde zijne dochter Trijntje van niet te zoude geweten hebben van hare zwangerschap; niets dan uitvlugten zijn
en deze voorgevingen vooraf met voorbedachten raden te zij beraamd,
te meer daar nimmer door hem van den Berg aan de Directie van deze aanranding op den publieke weg de minste kennis is gegeven noch door hem of haar eenig onderzoek naar den voorgegeven persoon of ontmoeting is gedaan en Zij beiden naar alle waarschijnlijkheid van de zwangerschap bewust te zijn geweest.

Daar zij alzoo Art 2 sub La F van het Reglement van Policie en tucht voor kolonisten huisgezinnen had overtreden “Onzedelijke omgang met of verleiding tot onzedelijkheid van anderen”, waar op Art 3 van gemeld reglement de straf bepaald tot verwijzing naar de Strafkolonie Ommerschans voor onbepaalde tijd.-

De raad heeft met algemeene Stemmen besloten om ten gevolge dit artikel de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid voor te slaan, om de meer genoemde Trijntje van den Berg voor eene onbepaalde tijd over te plaatsen naar de Ommerschans, tevens de Permanente Commissie ten dringenste te verzoeken op dit Vonnis, zoo dra mogelijk hare approbatie te geven.

Waar van Proces verbaal is opgemaakt.

De gecondemneerde hebbende doen binnen staan is dit haar voorgelezen.-

Opgemaakt te Veenhuizen Eerste Gesticht op dag en datum als boven is gemeld
Poelman, pres
A.Textor
B. Dikland
P.S. Huinia
Coelen, secr


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag