Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Extract uit het register der Notulen van het verhandelde in den raad van Politie en Tucht voor Kolonisten huisgezinnen te Veenhuizen 1 Gesticht
Zitting van Dingsdag den 21 Julij 1846


Present
C. W. Rensing,  president
Leden: A. M. J. Textor, G. H. Kuipers, B. W. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, secretaris

De raad door den president geconvoceerd zijnde waren alle de leden tegenwoordig.

De President opent de vergadering en brengt ter tafel eene aanklagte tegen de bedelaars kolonisten vrouw Hubner, als beschuldigd in den nacht uit de aardappelkuil bij het Gesticht ontvreemd te hebben p.m. 40 koppen aardappelen de Maatschappij toebehorende, waarvan getuigen zijn D. Heeres en J. Rientjes.

De raad heeft de aangeklaagde en getuigen doen binnen staan en gehoord.

Zij bekende dat de aanklagte conform de waarheid was, zoo heeft de raad haar met de getuigen laten aftreden, om over het vonnis van gezegde vrouw te delibereeren.

De Raad beschouwd dat Artikel 2, La E van het Reglement moet worden toegepast.

“Ontvreemding, verwaarlozing, opzettelijke beschadiging en verkoop of verpanding van een anders goed, het zij van mede kolonisten het zij van de Maatschappij, in gebruik toevertrouwd of niet.”, waarop artikel 3 de straf bepaald.
“Drie dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde, verkochte of verpande door hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder  La  C vermeld schuldig maakt”

In aanmerking nemende dat er tegen het hoofd van dit huisgezin geene klagten bestaan, en dat het de eerste maal is dat zijn vrouw voor den Raad van Tucht verschijnt,

Wordt besloten den kolonist J. C. Hubner te debiteeren voor eene som van Twee Gulden veertig Centen, voor het ontvreemde door zijne huisvrouw, en wijders aan haar eene opsluiting in de strafkamer op te leggen voor den tijd van 8 dagen.

Waar van Proces verbaal is opgemaakt, de gecondemneerde is doen binnen staan, en dit vonnis haar voorgelezen.

Op rondvraag van den president geene der leden iets meer hebbende voor te stellen, wordt de vergadering gesloten.

Aldus opgemaakt als boven is gemeld.
(was getekend)
C. W. Rensing, president
Leden: A. M. J. Textor, G. H. Kuipers, B. W. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Eensluidend afschrift
De Secretaris
 J. F. Morriën


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag