Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Extract uit de Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor Kolonisten Huisgezinnen
Zitting van Woensdag den 12 Mei 1847 (-a)


Present
C. W. Rensing, President
Leden: A. Textor, G. Kuipers, B. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, Secretaris

De Raad door den President bij een geroepen zijnde, waren alle de Leden tegenwoordig en deeld aan denzelven mede, de terugkomst van den, over den verloftijd uitgebleven Arbeiders kolonist Antonij Hendrikus Danner.

De President vraagt hem wat de redenen zijn geweest, hij op den bepaalden tijd niet terug is gekomen, vermits hem toch slechts een verlof van 8 dagen voor familie zaken was toegestaan en 3 weken is uitgebleven.

Hij zegt in den verleenden verlof tijd zijne zaken te hebben kunnen afdoen, doch daarna op het denkbeeld was gekomen om met zijn ambacht als Pottenmaker zijn onderhoud trachten te verdienen, het welk hem te Zwolle gelukte en voornemens was zijne vrouw met kinderen te laten overkomen, die zulks vastelijks weigerde en hem aanried terug te keeren.

Gezien Art 2 La B. Zonder bekomen verlof de kolonien te verlaten of zonder wettige redenen over den verloftijd uit te blijven
Waarop de strafbepaling is bij Art 3 § 1
Opsluiting van Drie tot Acht dagen in de strafkamer, naar gelang der omstandigheden, van hen, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder La A tot C vermeld hebben schuldig gemaakt.

Besluit de Raad met algemeene stemmen hem te straffen tot 8 dagen opsluiting in de strafkamer.

Niemand iets meerder hebbende voor te dragen wordt de Raad gesloten.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld en onderteekend door
(was get) C. W. Rensing, president
Leden van den Raad: A. Textor, G. Kuipers, B. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, Secretaris

Voor copie conform
De Secretaris
J. F. Morriën


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag