Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht van Kolonisten huisgezinnen bij het 1e Gesticht Veenhuizen
Zitting van den 12e Meij 1847


Present:
C. W. Rensing, President
Leden: A.Textor, G. Kuipers, B. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, Secretaris

De leeden zijn allen tegenwoordig en de president opent de vergadering.

Wordt voorgenomen de aanklagte van de Adjunct Directeur bij het 2e Gesticht, tegen den arbeiders kolonist Gerritsma alhier, die beschuldigt wordt, van twee bedelaars kolonisten van het 2e Gesticht te hebben gekocht, van de een: een hemd voor 25 cent, en van de andere een paar koussen voor 30 centen, tot staving waarvan als getuigen worden opgegeven de Veterane Veldwachter Smit en den bedelaars kolonist J. T. Goudstert(?), beiden op dit ogenblik alhier tegenwoordig.

De beschuldigde verschijnt voor de Raad en ontkent het hem ten laste gelegde; doch is niet in staat dit vol te houden tegen de overtuigende bewijzen der getuigen en komt dus eindelijk tot bekentenis.

De president, na eenige woorden met hem gewisselt te hebben, betrekkelijk de onderhavige zaak, doet hem buiten staan, opdat er over de straf kan gehandelt worden.-

Gezien art 2. Lett: E van het Reglement van Tucht voor de huisgezinnen, luidende
“Ontvreemding, verwaarlozing, opzettelijke beschadiging en verkoop of verpanding van een anders goed, enz: “zal volgens art 3 gestraft worden met
“dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde, verkochte of verpande door hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder  La e vermeld schuldig maakt, benevens opsluiting voor acht dagen in de strafkamer, zullende de arbeiders kolonisten daarenboven nog ter wering van hun schadelijk voorbeeld voor anderen, naar de Ommerschans kunnen worden overgeplaatst.”-

In aanmerking nemende dat Gerritsma in alle de Koloniën, waar hij zich ook bevonden heeft, onder verdenking heeft gelegen, van zich aan het koopen en verkoopen van Koloniale goederen schuldig te maken, zoo als hij dan ook laatstelijk wegens het vermissen van Schoppen, uit het Veen is verwijderd en naar dit Gesticht is overgeplaatst geworden.

Wordt besloten:

Het arbeiders huisgezin van Gerritsma, onder approbatie van de Permanente Kommissie over te plaatzen naar de Ommerschans, van welke uitspraak de schuldig bevondene wordt kennis gegeven.-

Niemand iets meerder hebbende voor te dragen wordt de Raad gesloten.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld en ondertekend door
(was get)  C. W. Rensing, president
Leden van den Raad: A. Textor, G. Kuipers, B. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag