Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Arbeiders huisgezinnen op den 17 Junij 1848


Present
Rensing, Prest
Leden: Textor, Kuipers, Dikland, Hunia
Morriën, secrt

De Raad te zaâm gekomen zijnde, wordt geopend.

Wordt voorgenomen de gestadige onéénigheid in het huisgezin van den arbeiders kolonist C. de Goederen, en wel tusschen man en vrouw, waar uit niet zelden hevige twist, vechterij en burengerucht ontstaat, en bij welke gelegenheid de kinderen, door hunnen stiefvader grovelijk mishandeld worden.

Gehoord het dringend verzoek van de kinderen om in het Gesticht onder de wezen te mogen worden opgenomen.

Gezien art 2 Lett: c luidende:
“Onderling schelden, kijven, vechten of op eenigerlij wijze de rust verstoren”
vervolgens art 3 sub 2 het welk zegt:
“Verplaatsing voor een onbepaalden tijd naar de kolonie aan de Ommerschans van hem die zich andermaal aan de verkeerdheden schuldig maakt”

In aanmerking nemende dat de vrouw, vroeger de Wed. Rodenburg, in haren weduwen staat, twee malen wegens onzedelijkheid naar de Ommerschans is overgeplaatst geweest.

Wordt besloten:

De Permanente Kommissie voor te stellen, zoo als geschied bij dezen, den arbeiders kolonist de Goederen en vrouw, van elkander te scheiden, en over te plaatsen naar het 2e of 3e Gesticht alhier, en de kinderen, als geheel onschuldig, op te nemen onder de wezen van dit Gesticht.

Aldus gedaan op dato als boven.

De President en Leden
was get, C. W. Rensing, A. Textor, G. Kuipers, B. Dikland, S. Hunia
Voor Extract Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag