Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Extract uit het register der Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor Kolonisten huisgezinnen bij het 1e Gesticht Veenhuizen
Zitting van den 24 September 1849


Present:
C. W. Rensing, President
Leden van den Raad: A. Textor, G. Kuipers, R. S. Hunia, B. W. Dikland
J. F. Morriën, secretaris

De raad geconvoceerd zijnde, waren alle de Leden tegenwoordig.

Wordt voorgenomen:

Hendrik van der Geest Arbeiders Kolonist; beschuldigd van zich zonder permissie buiten de Koloniën te hebben begeven, en in eenen beschonken staat terug gekeerd te zijn.

Hij bekende het feit bedreven te hebben en had niets ter zijner verontschuldiging in te brengen.

Gezien Art 2 van het reglement van tucht voor Kolonisten Huisgezinnen bij La. B waarop Art 3 § 1 de straf bepaald

Wordt met algemeene stemmen besloten den Arb. Kolonist H. van der Geest te straffen met drie dagen opsluiting in de strafkamer.


En den Bedelaars Kolonist Johannes van Eijbergen N. 3739, beschuldigd van belediging zijner mede Kolonisten, welk feit hij erkende door woorden te hebben gepleegd, met opsluiting in de strafkamer voor den tijd van drie dagen, volgens Art N. 17 van het Reglement van Tucht voor Bedelaars Kolonisten/ zijnde bij dit Gesticht geene discipline zaal aanwezig:-

Beide beschuldigden hebbende doen binnen staan, werdt hun respectivelijk deze vonnissen voorgelezen, waarop zij aftraden.

Aldus opgemaakt op datum als in hoofd dezes vermeld en onderteekend door
(wgt) C. W. Rensing, Prest
Leden van den Raad: A. Textor, G. Kuipers, R. S. Hunia, B. W. Dikland
J. F. Morriën, Secretaris
   
voor Copie Conform
de Secretaris
J. F. Morriën




BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag