Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Extract uit de notulen van het verhandelde in den raad van Tucht voor Arbeiders Huisgezinnen
Zitting van den 10 Junij 1850


Present: C. W. Rensing, Prest
Leden van den Raad: A. Textor, G. Kuipers, B. W. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën
Secretaris

Door den president wordt aan den raad mededeeling gedaan van het zonder permissie de Kolonie te hebben verlaten van den Straf Kolonist
Abraham Assúr Baars
op den 20 Mei 1850 – na eene afwezigheid van Achttien dagen teruggekeert.

Het door hem aangevraagd verlof was door den Directeur van het 1e Gesticht en den Heer Directeur der Koloniën geweigerd.

Baars wordt binnen geroepen, de president vraagt hem, waarom hij tegen alle gezag aan, de Kolonien verlaten heeft.

De ziekte eener hoogbejaarde moeder, welke verlangde was hem te zien, is de reden, dat hij tegen het verbod gehandelt heeft.

Hoe zeer de raad, even als met een ander huisgezin heeft plaats gehad, en om dezelfde reden als Baars, tot de ontbinding van het huisgezin, voorstellen zoude doen; is zij te zeer bewogen met de vrouw, die eene brave en oppassende huismoeder is,
en er overigens op het huisgezin in ’t algemeen niets ten nadele valt te zeggen;

maar van den anderen kant er ook sterk voor is, dat gestrengelijk gestraft worde, eene overtreding als deze, waar door het Koloniaal gezag miskent wordt;

zoo stelt de raad aan de Permanente Commissie voor:
het hoofd des Huisgezins Abraham Assur Baars, voor den tijd van drie maanden onder de Bedelaars bij het 2e Gesticht te plaatsen, als zijnde Israëliet, en zijne godsdienst aan de Ommerschans niet kan waarnemen, kunnende het huisgezin buiten hem in deszelfs behoefte voorzien.-

Baars binnen geroepen zijnde werdt hem dit vonnis voorgelezen.

Aldus opgemaakt op datum als in hoofd dezes vermeld en onderteekend door,
(wgt) C. W. Rensing, President
leden van den raad: A. Textor,, G. Kuipers, B. W. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, secretaris

voor copie conform
de secretaris
J. F. Morriën


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 17 juli 1850 N18, invnr 675

Notities bij het zittingsverslag