Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor huisgezinnen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 27 November 1854


Present
C. W. Rensing
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, B. W. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, secretaris

De Raad vergadert zijnde, wordt door den voorzitter geôpent.

De hulpbehoevende kolonist Jan Kiesling N: 322 bis, wordt voor den Raad geroepen, om dat hij op den zoo genaamden houtwal tusschen de 1e en 2e Wijk, in een grep, onzedelijkheid heeft gepleegt, of op zijn minst genomen, heeft trachten te plegen, met de zoo ongelukkige aan toevallen onderhevige bestedeling Johanna Turf N 1697.

Beiden voor de Raad van Tucht geroepen zijnde, wordt Kiesling door de wees Johanna Turf op zoo danig eene wijze overtuigd, dat hij er niets tegen inbrengen kan, en alzoo, voor schuldig, moet gehouden worden.

De President en daarna ieder lid in het bijzonder, trachten de zoo zeer schuldigen Kiesling, innig te doen gevoelen, wat hij gedaan heeft, hem wijzende op het ongelukkige voorwerp dat zelfs nu en dan blijken van krankzinnigheid geeft,
en zoo mede op den gewoonen Regter, die hem wegens schending van de eerbaarheid op den publieken weg, in dien daar van aangifte gedaan werd, in hechtenis zoude kunnen nemen, en voor den Regtbank doen teregt staan.

In aanmerking nemende, dat Kiesling 58 jaren oud, weduwnaar, en vader van verscheidene kinderen is, waar van er thans nog 5 onder de Weezen in de zalen verpleegt worden, terwijl hij als éénloopend persoon, bij den bouwboer van Eisden in de kost is, en op het land werkt.

Overwegende dat iemand van die leeftijd, Vader van zoo vele kinderen, die zulk een misdrijf begaat, wel geene verzachting van straf zal kunnen verwachten.

Wordt besloten

Den hulpbehoeftigen Kolonisten weduwnaar Jan Kiesling N 322 bis, overeenkomstig artikel 3 Sub 2: van het Reglement van Tucht voor Kolonisten huisgezinnen, voor eenen onbepaalden tijd, onder autorisatie van de Permanente Kommissie, over te plaatsen naar de Ommerschans.

Aldus gedaan op dato als boven
(get: ) C. W. Rensing, President
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, B. W. Dikland, R. S. Hunia
& J. F. Morriën, secretaris

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

Bijlage: Besluit permanente commissie 19-12-1854


De Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid,
gelezen den brief van den Directeur der Kolonien 9 dezer N3372 en de daarbij ingezonden Processen-Verbaal van de Raden van Tucht bij de Gestichten te Ommerschans en Veenhuizen over de maand November ll.

Besluit:

Te bekrachtigen de verwijzing voor een onbepaalden tijd naar de strafkolonie Ommerschans van den hulpbehoeftigen kolonist J. Kiesling N462 bis (niet 322) en van de als strafkolonist te Veenhuizen gevestigde gewone Kolonist J. Kamstra met zijn huisgezin.

Afschrift dezes zal worden gezonden aan den Directeur der Kolonien ter uitvoering.
De Permanente Commissie.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 19 december 1854 N3, invnr 794

Notities bij het zittingsverslag