Kolonisten gezinnen - Veenhuizen-1

Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor arbeiders huisgezinnen bij het 1e Gesticht Veenhuizen
Zitting van den 28 Mei 1857

Present:
Rensing, President
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, B. W. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, secretaris

De Raad te zaâm gekomen zijnde wordt door den Voorzitter geopend.

Den gewoon kolonist J. B. Bak is, niettegenstaande de plaatselijke Directie zijn verzoek om met verlof te gaan, onderscheidene malen had van de hand gewezen, evenwel vertrokken, en is 17 dagen uitgebleven, waar voor hij hier te regt staat.-

Hij beroept zich op den Heer Directeur der Kolonien, die hem het verlof mondeling zoude hebben toegestaan.

Dit is overeenkomstig de waarheid, maar de Directeur heeft vóór zijn vertrek van hier, ten gevolge van een hier omtrent gevoerd gesprek, zijn gegeven woord weder om ingetrokken, doch heeft dit zelf niet aan Bak gezegd.

Den volgenden dag is Bak komen vragen of hij nu vertrekken mogt, waar op den Adjunct en Onder Directeur binnen hem ieder afzonderlijk hebben verwittigd, dat den Heer Directeur nader had begrepen zijn verlof niet te kunnen toestaan, en dat hij dus niet mogt vertrekken, waar op Bak ten antwoord gaf “de Directeur heeft mij permissie gegeven” en daar op is hij de volgende morgen zeer vroeg zonder verlof pas op reis gegaan, en na verloop van 17 dagen eerst teruggekomen.-

De Raad is van gevoelen, dat Bak hier voor eenigsints gevoelig dient gestraft te worden.

Gelet op de Resolutie van de voormalige Permanente Kommissie d:d: 31 Julij 1851 N. 1 waar van het 1e artikel luid:
“Den Directeur voornoemd, te kennen gegeven, dat wanneer de koloniale Directie vroeger verloven heeft verleend aan huisgezinnen uit de gewone kolonien, die voor straf onder de arbeiders te Veenhuizen zijn overgeplaatst, daarmede als dan geheel tegen de bedoeling der Permanente Kommissie is gehandeld, en het zelfs bevreemdend is, dat men immer op het denkbeeld is gekomen om aan strafkolonisten zoo danige gunst toe te staan, als behoorende de zoodanigen, zoo lang zij op die voet gevestigd zijn, buiten dringende nood zakelijkheid, en dan nog in geen geval zonder toestemming der Permanente Kommissie, niet met verlof te gaan!
2e enz “

Gezien art 3 sub 1e van het Reglement van Tucht voor de Huisgezinnen, waarbij het verlaten van de kolonien zonder bekomen verlof gestraft wordt met opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 3 tot 8 dagen.

In aanmerking nemende dat Bak het verlof nadrukkelijk geweigerd is, en evenwel is heen gegaan.

Overwegende dat hij reeds voor straf van de gewone kolonien naar hier is overgeplaatst

Overwegende dat hij langs slinksche wegen heeft beproefd de plaatselijke Directie als mede den Directeur der Kolonien te misleiden, om zoo doende zijn doel te bereiken, en zijn verlof toegestaan te zien.

wordt besloten

Den strafkolonist J. B. Bak onder approbatie van het Beheer der Maatschappij van Weldadigheid te ’s Gravenhage te verwijzen tot eene overplaatsing onder de bedelaars kolonisten van het 2e Gesticht, in de zalen, voor den tijd van zes weken, zonder dat zijn huisgezin alhier, gedurende dien tijd ontbonden wordt, zoo dat de straf alleen op hem, en niet op vrouw en kinderen zal worden toegepast.

Niemand der leden iets meer hebbende intebrengen, sluit de president de vergadering.-

Aldus gedaan op dato als in het hoofd dezes vermeld.
De President en leden
(get) Rensing, G. J. Hendriks, W. Heidema, B. W. Dikland, R. S. Hunia
J. F. Morriën, secretaris
Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


Bijlage: besluit Gecommitteerde der regering

’s Gravenhage, den 6 Julij 1857

De Gecomm der regering bij de Maats V Weld enz.
Gelezen den brief van den Dir der Kolonien van den 27 Junij ll. N. 2015 en de daarbij ingezonden Processen Verbaal van de Raden van Tucht bij de Gestichten te Ommerschans en Veenhuizen over de maand April ll.
Besluit
niet te bekrachtigen de overplaatsing van den Strafkolonist J. B. Bak in de zalen van het 2e Gesticht te Veenhuizen, maar die straf in overeenstemming met het Reglement van Tucht voor de kolonisten huisgezinnen, te veranderen in acht dagen opsluiting in de strafkamer van J. B. Bak voornoemd.-
Afschrift dezes zal worden gezonden aan den Dir der Kolonien ter uitvoering
de Gecomm enz


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 6 juli 1857 N8, invnr 863

Notities bij het zittingsverslag