Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van 14 januari 1830


Op heden den 14 Januarij 1830 word bij het 2e Etablissement te veenhuizen door den Heer S: B: Drijber de raad van tugt belegd, bestaande in den President voornoemd, de onder Direkteur binnen, de Onder Direkteur Buiten, de Onder Direkteur der fabriekmatige arbeid, voorts de Zaalopzieners Unverzagd en Bucks,
om te onderzoeken en te vonnissen over zaken betrekkelijk een ingekomen Proces verbaal van den zaalopziener van Eck ten bezware opgemaakt van den Bedelaars kolonist Johanna Boom hebbende zich schuldig gemaakt aan het ontvreemden van een feijtel van het Bleekveld, welke feijtel  behoorde aan den boekhouder van Marle, welke feijtel door genoemde J: Boom te koop was gepresenteerd aan den kolonist J: Eyssen –

De Beschuldigde J: Boom word benevens de getuige J: Eyssen voor den Raad gebragt –

Het Proces verbaal word door den voorzitter voorgelezen –

De getuige J: Eyssen word onderhoord en verklaard dat den kolonist J: Boom met een feijtel bij haar is gekomen en dezelfde te koop heeft gepresenteerd voor een waarde van 20 cent, hebbende de kolonist J: Eyssen haar 15 cent geboden, hierop was de kolonist J: Boom vertrokken, waarna de kolonist A: Lieben is gekomen, en genoemde feijtel had erkend als toebehorende aan den Boekhouder van Marle –

De voorzitter ondervraagt de waarheid der getuigenis aan de kolonist J: Boom welke verklaard dat ze de feijtel met meer andere goederen in de ??? had gevonden, en gebragt had aan de Dienstbode van den Boekhouder van Marle, welke gezegd had, dat de feijtel niet door haar erkend werd.

De voorzitter doet de Dienstbode van van Marle roepen, die verklaard dat J: Boom volstrekt met geen goed bij haar is geweest –

De Raad doet de Beschuldigden en Getuigen buiten gaan –

Daar de raad uit de onderscheiden verklaringen van den Beschuldigden als mede van die der getuigen verzekerd is van de genoemde misdaad, steld den voorzitter op grond van art: 13 van het reglement van tugt voor, ten gevolge de gepleegde misdaad van den kolonist J: Boom, hierop de straf te laten vallen van tien dagen Prevoost arrest, de twee eerste en twee laatste dagen met opsluiting in Boeijens, en gemelde straf in uitvoer te brengen zoo dra de vorst enigzints verminderd is –

De overige leden stemmen in de strafbepaling van den voorzitter over een, waarop de beschuldigde en getuigen worden binnen geroepen en hen het opgelegde vonnis voorgelezen –

Aldus opgemaakt door den Raad van tugt ten dage & jare voorschreven.
S: B: Drijber
J: Kluvers
L: N: Bandering
L. ten Broek??
J: D: Unverzagt
Buck
Van Marle, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620


Notities bij het zittingsverslag