Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van 17 juli 1830


Vonnis

Heden op den Zeventienden July Een duizend Agthonderd en Dertig word bij het 2e Etablissement door den Heer S. B. Drijber de Raad van Tucht belegd, bestaande in den President voornoemd, den Onder Directeur Binnen, den Onder Directeur Buiten, den Onder Directeur der fabriekmatige arbeid, voorts de Zaalopzieners van Eck en Buck,
om te onderzoeken en vonnissen over zaken betrekkelijk ingekomen Proces Verbaal van de Zaalopzieners van Eck en Unverzagt ten bezware van de Bedelaars kolonisten A. A. Moesman en W. van Keulen hebbende zich Schuldig gemaakt aan Desertie.-

De beschuldigden A. A. Moesman en W. van Keulen worden voor den Raad gebragt

Het Proces verbaal word door den voorzitter voorgelezen.

De voorzitter ondervraagt de waarheid van het Proces verbaal aan de Bedelaars Kolonisten A. A. Moesman en W. van Keulen welke eenparig verklaren zich aan de in het Proces verbaal vermelde Desertie te hebben schuldig gemaakt.

De Raad doet de Beschuldigden buiten gaan.

De voorzitter steld voor op grond van art: 11 van het Reglement van Tucht ten gevolge bewezen gepleegde Desertie van de kolonisten A. A. Moesman en W. van Keulen, aan genoemde Kolonisten ieder de straf toe te wijzen van veertien dagen Prevoost arrest, gepaard met het dragen van een Deserteurs Pak voor den tijd van een half jaar.

De overige leden stemmen in de strafbepaling van de Voorzitter overeen, Zullende men de genoemde straffen ten uitvoer beginnen te brengen op heden 17e July 1830.

De Beschuldigden worden binnen gelaten en het Vonnis voorgelezen.

Aldus opgemaakt door de Raad van Tucht ten Jare en dage voorschreven.
S. B. Drijber
J: Kluvers
L. ten Broek??
L. N. Bandering
Buck
van Eck
Van Marle, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620


Notities bij het zittingsverslag