Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van 26 juli 1830


Vonnis

Heden op den Zesentwintigsten July Een duizend Agthonderd en Dertig word bij het 2e Etablissement  te Veenhuizen door den Heer S. B. Drijber de Raad van Tucht belegd, bestaande in den President voornoemd, den Onder Directeur Binnen, den Onder Directeur Buiten, den Onder Directeur der Fabriekmatige arbeid, voorts de Zaalopzieners Unverzagd en van Eck
om te onderzoeken en vonnissen over zaken betrekkelijk een ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener Nieuwenhuis opgemaakt ten bezware van de Bedelaars Kolonist Jacob Ortlij welke zich heeft schuldig gemaakt aan het ontvreemden van onderscheiden Groentens en Aardappelen uit een Veterane tuin, hebbende zich genoemde Kolonist mede schuldig gemaakt aan het verwijderen van het Land zonder daar toe verlof te bekomen.

De Beschuldigde Jacob Ortlij word voor den Raad gebragt.

Het Proces verbaal word door den Voorzitter voorgelezen.

De voorzitter ondervraagt de waarheid van het Proces verbaal aan den Kolonist Jacob Ortlij, welke verklaard geen andere Groentens dan alleen Aardappelen te hebben ontvreemd, alsmede verklaard de Beschuldigde zich van het Land zonder daartoe bekomen verlof te hebben verwijderd.

De Raad doet de Beschuldigde buiten gaan.

De voorzitter steld voor op grond van art: 9 en 13 van het Reglement van Tucht tengevolge bewezen  gepleegde misdaden aan den Kolonist Jacob Ortlij de straf toe te wijzen van Agt dagen Prevoost arrest om den anderen dag in Boeijen.

De overige Leden stemmen in de Strafbepaling van den voorzitter over een, zullende men genoemde straffen ten uitvoer beginnen te brengen op heden den 26 July 1830.

De Beschuldigde word binnen gelaten, en hem het vonnis voorgelezen.

Aldus opgemaakt door den Raad van Tucht ten dage en Jare voorschreven.
S. B. Drijber
J. KLuvers
L. ten Broek??
L. N. Bandering
Van Eck
J. D. Unverzagt

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620


Notities bij het zittingsverslag