Bedelaars bij het derde gesticht Veenhuizen

Vergadering van den Raad van Tucht op den 19e Augustus 1830


De Raad nader geconvoceerd zijnde in zake het Bedelaars Huisgezin van J. J. F. Altenau bestaande uit man Vrouw en een kind welke op den vroegen morgen van den 4e dezer maand de kolonie heimelijk verlaten hebben, met medeneming van eenig huisraad, en op den 11e daaraanvolgende door Politie bedienden van Groningen terug gebragt zijn, en welk huisgezin op den 12 augustus JL abusivelijk is verwezen naar het Reglement van Tucht voor de Arbeiders Huisgez. hetgeen volgens missive van den Heer Directeur der Koloniën d.d. 15e Augustus Jl N. 796 overeenkomstig het Reglement der Bedelaars had behoren te hebben plaats gehad;-

alsmede nader voornemende: het voorgevallene met H. van Dorst, hoofd des Huisgezins van het Bedelaars Huisgezin van dien naam welke tegelijk met het Huisgezin van Altenau is gearresteerd en terug gebragt geworden, als zijnde op den 8e dezer niettegenstaande de weigering van den Adjunct Directeur evenwel naar Groningen gegaan.-

De beklaagden worden binnen gelaten en gehoord en wel:

1e Den Bedelaars Kolonist Altenau welke te kennen geeft dat hij door den Onder Directeur Nijenbandering en Opziener J. L. Hoving gezogt werd, en geen goed konde doen, dat hij ook reeds lang op zijn ontslag gewagt had, en dat hetgeen hij had medegenomen zijn eigen goed was, hetwelk hij de maatschappij betaald had.-

2e De Vrouw van Altenau welke hetzelfde te kennen geeft als haar man.-

3e Den bedelaars kolonist van Dorst welke verklaart dat hij zijne dwaling inziet en dat hij beloofd dat zulks nimmer wederom zal plaats hebben.-

De beklaagden worden buiten gelaten.-

Den Onder Directeur Nijenbandering brengt hier tegen in dat Altenau altijd wederstrevigheid betoond heeft en gestaâg zich van zijn werk verwijderde, waardoor hij genoodzaakt is geweest hem sterker dan wel een ander te moeten laten surveilleren.-

Overwegende dat Vrouw Altenau zich korten tijd voor de desertie ook reeds zonder verlof naar Leeuwarden heeft begeven.-

Overwegende dat zijl: een gedeelte van hun huisraad en Beddegoed hebben medegenomen, hetwelk uit het Dorp Rhoden alwaar zulks  gedeponeerd was, is teruggehaald.-

Overwegende dat aan Altenau verlof geweigerd is aangezien de Adjunct Directeur aan Bedelaars Huisgezinnen geen verlof mag geven.-

In aanmerking nemende dat van Dorst berouw schijnt te hebben over zijne ongehoorzaamheid.-

Wordt besloten het huisgezin Altenau te verwijzen overeenkomstig art 11 van het Reglement van Tucht voor de Bedelaars tot strafkamer arrest voor den tijd van tien dagen, met de boeijen aan om den anderen dag te water en brood, alsmede dat van Dorst gedurende acht dagen in dezelve zal worden opgesloten overeenkomstig art 9 van het vorengenoemd Reglement.-

Aldus gearresteerd op dato als boven
De President en Leeden
A. de Geus
C. Hulst
L. NBandering
J. Emmelot
van der Kamp

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag