Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van 24 september 1830


Op heden den vier en twintigsten September  des Jaars 1800 dertig word bij het 2e Etablissement te Veenhuizen door Heer S B Drijber de Raad van tugt belegd bestaande in den President voornoemd, den Onder directeur binnen, den Onder directeur buiten, den Onder directeur der fabriekmatigen arbeid, voorts de Zaalopzieners van Eck en Buck,
om te onderzoeken en te vonnissen over zaken betrekkelijk twee ingekomen Processen Verbaal van de Zaalopzieners Nieuwenhuizen en Unverzagt ten bezware opgemaakt van de Bedelaars Kolonisten Franciskus Dammers & Martinus van Raamsdonk hebbende Zich Schuldig gemaakt aan brutaliteit tegen den Onder directeur Kluvers en de Wijkmeester Hagedoorn en den Onderbaas de Boer.

De beschuldigden worden voor de Raad gebragt.

De Processen verbaal worden door den voorzitter voorgelezen.

De Voorzitter ondervraagd de waarheid van de Processen verbaal aan de Bedelaars Franciskus Dammers en Martinus van Raamsdonk welke verklaren Zich aan genoemde misdaad te hebben schuldig gemaakt.

De Raad doet de beschuldigden buiten gaan.-

De Voorzitter steld voor op grond van artikel 9 van het Reglement van Tugt ten gevolge bewezen gepleegde misdaad, aan de Bedelaars Kolonisten, Franciskus Dammers en Mertinus van Raamsdonk de Straf toe te wijzen van acht dagen Provoost arrest.-

De overige Leden stemmen in de Strafbepaling van den Voorzitter overeen, Zullende men genoemde Straffen beginnen ten uitvoer te brengen op heden den 24e September 1830.

Aldus opgemaakt door den Raad van Tugt ten dage en Jare voorschreven.
S B Drijber
L.N.Bandering
J. Kluvers
van Eck
Buck
L. ten Broek??
F.H. Krieger, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag