Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tugt belegd op heden dezen den 14e October 1830 door den WEdele Heer President S: B: Drijber


Art:1
Aanwezig den President voornoemd, de Onder Directeur ten Broeke, L: Nijenbandering  en  J. Kluvers, de zaalopzieners S. van Eck en Unverzagt

Art:2
Wordt onderzogt en gevonnist in zaken betrekkelijk ingekomen Proces Verbaal van den zaalopziener W: Nieuwenhuizen ten bezwaren opgemaakt van den Bedelaars Kolonisten C: Rademaker, B: Cornelissen en G: Moshagen(?), als hebbende zich schuldig gemaakt aan desertie met medeneming van goederen, de twee eerstgemelden aan desertie ten 2e maal doch zonder mede neming van goederen.

Art: 3
De beschuldigden worden voor den Raad gebragt en de Processen verbaal door den Voorzitter voorgelezen.

Art: 4
De voorzitter ondervraagt de waarheid van de Processen verbaal aan voormelde Bedelaars Kolonisten, welke verklaren, zich aan bovengenoemde misdaad te hebben schuldig gemaakt, waarop De Raad de beschuldigden doet buiten gaan.

Art: 5
De Voorzitter steld voor op grond van Artikel 11 en 13 van het Reglement van Tugt ten gevolge bewezen gepleegde misdaad aan voornoemde Bedelaars Kolonisten de straf op te leggen van veertien dagen Provoost Arrest.

Art:6
De overige Leden stemmen in de strafbepaling van den Voorzitter overeen.

Aldus opgemaakt door den Raad van Tugt, ten dage en Jare voorschreven
S: B: Drijber
L: N: Bandering
J: Kluvers
L. ten Broek?/
J: D: Unverzagt
van Eck
F.H. Krieger jun. de secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag