Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Raad van Tugt belegd op heden den 9e November 1830 door den WelEdele Heer S B Drijber als President


Aanwezig den President voornoemd, den Onder Directeur J Kluvers en de Zaalopzieners A van Klaveren en A Müller.
Om te onderzoeken en te Vonnissen over zake betrekkelijk een ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener J D Unverzagt ten bezware opgemaakt van de Bedelaars Kolonisten W de Jongh en J Klaver als hebbende Zich schuldig gemaakt wat eerste betreft aan desertie met mede neming van goederen, op den 18 October 1830 en laatstgemelde van desertie ten tweede male op den 21e van voormelde maand.

Daar zulks strijdig is met artikel 11 met het Tugt Reglement Zoo worden voormelde Bedelaars Kolonisten ter verantwoording hunner misdaad voor de Raad gebragt.

De Voorzitter ondervraagt de waarheid van de Processen Verbaal aan voormelde Bedelaars Kolonisten welke verklaren Zich aan bovengemelde misdaad schuldig te hebben gemaakt, waarop de Raad de beschuldigden doet buitengaan.

De President steld voor op grond van Art: 11 van voornoemd Reglement ten gevolge bewezen gepleegde misdaad aan de Bedelaars Kolonisten W de Jongh en J: Klaver de straf toe te passen van 10 dagen provoost arrest.

De overige Leden stemmen in de strafbepaling van den President overeen, zullende men op heden genoemde straf beginnen ten uitvoer te brengen.

Aldus opgemaakt door den Raad van tugt ten dage en jare voorschreven.
S B Drijber
J: Kluvers
Müller
D. Klaver
de secretaris F.H. Krieger

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag