Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Bevindt zich abusievelijk in invnr 1622

De Raad van Tugt belegd op heden den 10 Januarij des Jaars 1831 door den WelEdele Heer S. B. Drijber als President


Aanwezig de President voornoemd, de Onder Directeurs L. Neijenbandering, J. Kluvers den Onder Directeur der Fabriek L. ten Broek de Zaalopzieners Unverzagt en van Eck om te onderzoeken en te vonnissen ter zaken betrekkelijk ingekomen Processen Verbaal van den Zaalopziener Muller.

1e Een van den 21 December JL houdende aanklagt tegen Andries Goethem als hebbende zich op den 20e December JL schuldig gemaakt aan het ontvreemden van een zwart linnen broek van een voerman dewelke bij Willem Lammers in de stal werkzaam is, en dezelve te hebben verkocht aan den Bedelaars Kolonist J: van Dortmond voor eene somma van 15 Centen.

2e Een van den 23 December JL houdende aanklagt tegen Willem Beekman als hebbende op den 20e dier maand des morgens ten 7 uur zich zonder voorkennis buiten de kolonie begeven.

Daar zulks wat eerstgemelde Kolonist betreft, strijdig is met Art 13 en wat laatstgemelde aangaat met Art 11 van het Tucht Reglement alhier in gebruik, zoo worden beiden voor den Raad gebracht.

De Voorzitter ondervraagt Andries van Goethem de waarheid van het Proces verbaal, waarop hij dadelijk bekend meergemeld buis te hebben gestolen.

De Voorzitter ondervraagt Willem Beekman insgelijks de waarheid van het geen waarvoor hij wordt aangeklaagd, waarop hij zijne verwijdering uit de Kolonie wel erkend doch zonder voornemen om te deserteren en des avonds weder terug te keeren, doch daarin verhindert wordt door dien hij te Groningen komende in verzekerde bewaring is gesteld.

De Raad doet de beschuldigden buiten gaan.

De President stelt voor op grond van Art 13 Andries Goethem de straf op te leggen van 5 dagen Provoost arrest om den anderen dag te water en brood en gesloten.

Wat Willem Beekman betreft houdt de Raad zich overtuigd dat zijne verwijdering buiten de kolonie meest uit onkunde is geschied, door dien hij eenige tijd te voren in Militaire dienst was gesteld en dierhalve ook ontslagen uit de Kolonie, daarna weder is terug gebracht, en nu niet wetende als hoedanig hij bij vervolg wierd aangemerkt; zulks te Groningen zich wilde gaan verzekeren om dan daarna weder terug te koomen.
De president steld voor, uit hoofde van voor hem verlichtende omstandigheden de straf op te leggen van twee dagen Provoost arrest.

Waarop de Raad besluit de aangeklaagden, de beide, door den President voorgestelde straffen op te leggen.

Aldus opgemaakt door den Raad van Tugt op Dag, Maand en Jaar als boven
J.B. Drijber
J. Kluvers
L. NBandering
L. ten Broek
van Eck
J.D.Unverzagt
Krieger jun. secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag