Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tugt belegd op heden den 11e April des Jaars 1800 Een en dertig door den WelEd Heer S: B: Drijber als President.-


De bovenstaande Raad geeindigd zijnde Zoo is men overgegaan om een tweede Raad te beleggen en wel bestaande uit den WelEdele Heer S: B: Drijber als President, de Onderdirecteurs L.Neyenbandering, J.Kluvers, de Zaalopzieners Muller en Briek om te onderzoeken en te vonnissen in zaken betrekkelijk ingekomen Processen Verbaal van de Zaalopzieners van Eck en Kloppenburg houdende aanklagt tegen de Bedelaars Koloniste Anna Geertruida Snijder, Catrina Viret en Berendina van Vuuren als hebbende zich op den 10 dezer schuldig gemaakt aan desertie, en wel voor zoverre Catrina Viret betreft, voor de tweede maal en daar zulks ene overtreding van Artikel 11 van het Tucht Reglement is, zoo worden voormelde Bedelaars Koloniste voor de Raad gebracht.

De President ondervraagt hen of zij zich aan de inhoud van het Proces Verbaal hebben schuldig gemaakt.-

Hetwelk zij toestemmend hebben beantwoord.

Hierop doet de Raad de beschuldigden buiten gaan.

De President stelt voor op grond van Art: 11 de Bedelaars Koloniste A.G.Snijder en B. van Vuuren de straf op te leggen wegens desertie voor de eerste maal van 10 dagen Provoost arrest en Catrina van Vuuren wegens desertie ten tweeden male, van 14 dagen Provoost arrest om den anderen dag gesloten in boeijen.-

De overige Leden stemmen in voormelde strafbepaling toe, waarop de voornoemde Bedelaars Kolonisten worden binnen geroepen, hun vonnis wordt voorgelezen en de Raad gehouden – wordt voor finaal gesloten.

Aldus gedaan op dag, maand en Jaar als boven
De President en Leden
S.B. Drijber
J. Kluvers
L. Neyenbandering
E. Buck
Muller
F.H.Krieger, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag