Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tugt belegt op den 13 April 1831 door den WelEd Heer S.B. Drijber als President


Aanwezig de onder direkteur L. Neyenbandering, J. Kluvers en de Zaalopzieners van Eck en Klaver om te onderzoeken en te vonnissen in zake betrekkelijk een ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener Muller houdende aanklagt tegen Johannes Borelaard als hebbende op den 11e dezer zich schuldig gemaakt aan het slaan van Zijnen mede Kolonist Antheunis van Lingerden
vervolgens zich te buiten gegaan tegen zijn Superieuren en wel tegen zijn eigen Zaalopziener gepaard gaande met grove vloeken en Brutaliteit en daar Zulks strijdig is met artikel 9 en 14 van het Tucht Reglement Zoo word voormelde Johannes Borelaard voor de Raad gebracht.

De President ondervraagt hem of hij zich schuldig heeft gemaakt aan het geen ten zijnen lasten door voormeld Proces Verbaal word aangevoerd. Waarop hij zulks bekend, doch in drift te zijn geschied, en beloofd dat zulks niet weer zal voor vallen.

De Raad doet de beschuldigde buiten gaan, dezelve besluit Johannes Borelaard volgens art: 9 van het Tucht Reglement de straf op te leggen van 6 dagen provoost arrest.

De Raad doet de beschuldigde binnen komen, hem word deszelfs vonnis voorgelezen waarmede de Raad een eind neemt.

Aldus gedaan op dag, maand en Jaar als boven
De President en Leden
S.B. Drijber
L. Neyenbandering
J. Kluvers
van Eck
D. Klaver
F.H. Krieger, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620