Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tugt belegd op heden den 8 July des Jaars 1800 een en dertig door den WelEdele Heer Adjunkt Direkteur S: B: Drijber als President


Aanwezig de Onder direkteur J: Kluvers en L: Nyenbandering en de Zaal opZieners Unverzagt en Buck om te onderzoeken en te vonnissen in zake betrekkelijk een ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener Muller opgemaakt tegen den Bedelaars Kolonist Arnoldus Franke welke zich op den 6 July heeft schuldig gemaakt aan desertie voor de tweede maal en daar zulks strijdig is tegen art: 11 van ons Tucht Reglement alhier in gebruik Zoo word dezelve voor de Raad gebracht    .

De President ondervraagt Arnoldus Franke of hij zich aan desertie heeft schuldig gemaakt, hetwelke hij bekend.

De Raad doet de beschuldigde buiten gaan ten einde te overwegen welke straf hem overeenkomstig voornoemd Reglement moet worden opgelegd.

Zulks besloten zijnde wordt voormelde Arnoldus Franke wederom binnen geroepen.

Dezelve wederom voor de Raad gebracht zijnde zoo wordt hem de door dezelve bepaalde straf voorgelezen en opgelegd bestaande in 14 dagen Provoost arrest.
Zullende deze straf op heden ten uitvoer worden gebracht en bi expiratie van deZelve het onderscheiden pak als Deserteur 4 maanden door hem gedragen worden . 

Waarmeden de Raad wordt gehouden voor geeindigt.

Aldus gedaan op dag, maand en Jaar als boven

De President en Leden
S.B. Drijber
L. Nyenbandering
J. Kluvers
J.D. Unverzagt
Buck
F.H. Krieger, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag