Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tucht belegd op heden den 27 July 1800 Een en dertig door den WelEdele Heer S.B.Drijber als President.


Aanwezig de Heeren Onderdirecteurs L.Neyenbandering en J. Kluvers en de Zaalopzieners Klaver en van Eck om onderzoek te doen en te vonnissen inzake betrekkelijk ingekomen Proces verbaal van den Zaalopziener Muller opgemaakt ten bezwaren van den Bedelaars Kolonist Jacob Luft hebbende zich op den 26 dezer schuldig gemaakt aan Brutaliteit en ongepaste uitdrukkingen tegen den onder Brigadier Evert Rubach, en daar zulks strijdig is tegen Art. 9 van ons tucht Reglement alhier in gebruik, Zoo wordt voormelde Jacob Luft te dier Zake voor de Raad gebracht.

Het Proces verbaal wordt de beschuldigde voorgelezen, de voorzitter ondervraagd de beschuldigde of de inhoud van ‘t Proces verbaal overeenkomstig de waarheid is, waarop hij zulks volmondig heeft bekend.

Na bovenstaande onderzoek word de beschuldigde buiten gelaten.

De Raad houd zich  overtuigd genoegzaam gegrondheid te hebben voomelde Jacob Luft schuldig te verklaren aan overtreding van art 9 van voormeld Reglement en hem alzoo de straf op te leggen van 2 dagen Provoost arrest.

De beschuldigde word daarop wederom binnen gelaten en is hem daarna de bovengemelde straf voorgelezen, welke alzoo heden een aanvang zal nemen.

Aldus gedaan in de raad van Tucht ten dage en Jaare voorschreven.

De President en Leden
S.B. Drijber
L. Neyenbandering
J. Kluvers
Van Eck
D. Klaver
J.F. Krieger, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag