Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tugt belegd op heden den 9 Augustus 1800 Een en Dertig door den WelEdele Heer S.B Drijber als President


Aanwezig de Onder Directeurs J. Kluvers en L. Neyebandering en de Zaalopzieners van Eck en Unverzagt om te onderzoeken en te Vonnissen in Zake betrekkelijk ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener Muller opgemaakt ten bezwaren van de Bedelaars Kolonist Gooze Palm als hebbende zich op den 7 Augustus JL schuldig gemaakt aan desertie of ontvlugting voort de eerste maal, en daar zulks strijdig is tegen art: 11 van ons Tucht Reglement alhier in gebruik,  Zoo word voormelde Bedelaars Kolonist voor den Raad gebragt.

De president ondervraagt dezelve of hij zich heeft aan Desertie schuldig gemaakt volgens den inhoud van het Proces Verbaal.
Waarop hij zulks heeft bekend.

De Raad doet de beschuldigde buiten gaan om tot de strafbepaling over te gaan, zulks bepaald zijnde word dezelve wederom binnen gelaten.

Waarop hem het Vonnis wordt voorgelezen hetwelk is bepaald tot 10 dagen provoost arrest.

Waarop de Raad word gehouden voor geeindigd.

Aldus opgemaakt op Dag Maand en Jaar als boven.
S.B. Drijber
L. Neyenbandering
J. Kluvers
Van Eck
J.D. Unverzagt
Krieger, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag