Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De raad van Tucht belegd op heden den 13e Augustus 1800 Een en Dertig door den WelEdele Heer S.B. Drijber als President


Aaanwezig de Heeren Onder Directeurs L. Nyebandering, J. Kluvers  en L. ten Broeken en de Zaalopzieners Buck en Unverzagt om te onderzoeken en te vonnissen in zake betrekkelijk ingekomen Processen Verbaal van den Zaalopziener Muller opgemaakt ten bezwaren als volgt

1e: Tegen de Bedelaars Kolonist Gradus(?) Florissen(?)  als hebbende zich op den 9e dezer schuldig gemaakt aan desertie voor de eerste maal gepaard gaande met het verkoopen van een Broek en doek beide Koloniale Kleedingstukken, en wel aan de Bedelaars Kolonist Mozes Polak, en daar zulks strijdig is met art. 11 en 13 van het Tugt Reglement, Zoo worden beide voor de Raad gebragt.

2e: Tegen de Bedelaars Kolonist Cornelis Hartog als hebbende zich op den 11 dezer schuldig gemaakt aan desertie voor de eerste maal en daar zulks strijdig is tegen art. 11 van bovengemeld Tugt Reglement, Zoo word dezelve almede voor den Raad gebragt.

De President na bovengemelde Processen Verbaal te hebben voorgelezen ondervraagd meergenoemde Bedelaars Kolonisten of zij zich aan het daarin vermelde hebben schuldig gemaakt.
Hetwelk Zij dadelijk hebben bekend.

De Raad doet de beschuldigden buiten gaan ten einde te overwegen welke straffen hun moet worden opgelegd.-

Na hierover eenige tijd te hebben geraadpleegd, Zoo is op voorstel van den President besloten de volgende straffen op te leggen als

Aan de Bedelaars Kolonisten Gradus Florissen 14 dagen provoost arrest om den anderen dag gesloten in boeyen

Aan Mozes Polak, 14 dagen Provoost arrest, zonder in boeyen

Aan Cornelis Hartog 10 dagen Provoost arrest om den anderen dag gesloten in boeyen

Geene zaken verder te behandelen zijnde, word de Raad bij deze gehouden voor geeindigd.

Aldus opgemaakt op Dag, Maand en Jaar als boven
S.B. Drijber
van Eck
L. Neyenbandering
J. Kluvers
J.D. Unverzagt
L. ten Broeke
J. Krieger, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag