Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tucht belegd op heden den 18 Augustus 1800 Een en Dertig door den WelEdele Heere S.B. Drijber als President


Waren aanwezig de Heeren Onderdirecteuren J. Kluvers en L. Nyenbandering benevens de Zaalopzieners Unverzagt en Buck om te vonnissen over zaken welke worden voorgebragt als zijnde een ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener van Eck opgemaakt ten bezwaren van den Bedelaars Koloniste Antonia Hengstermaker(?) zich hebbende schuldig gemaakt aan ontvreemding en te zoek brenging van een Hembd, behorende tot hare kleedingstukken.

Voorts een Proces Verbaal van den Zaalopziener Muller ten bezwaren opgemaakt van de Bedelaars Kolkonisten Reinder(?) Blaak en Hendrik de Ruiter zich hebbende schuldig gemaakt aan ontvreemding van aardappelen toebehoorende aan de Maatschappij en daar voornoemde misdaden strijdig zijn tegen art: 13 van het Tucht Reglement alhier in gebruik, Zoo worden de beschuldigden voor den Raad gebragt.

De beschuldigden worden onderhoord over hunne misdaden en het is alzoo bij onderzoek gebleken dat zij zich aan de aangemelde misdaden hebben schuldig gemaakt.

Waarom de bovengemelde Bedelaars Kolonisten alle drie de Straf word opgelegd van Acht dagen Provoost Arrest.

Aldus opgemaakt op Dag, Maand en Jaar als boven
S.B. Drijber
Buck
J.D. Unverzagt
L. Neyenbandering
J. Kluvers
J. Krieger, secretaris   

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag