Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De raad van Tucht belegd op heden den 8 September des Jaars 1800 Een en Dertig door den WelEdele Heer Adjunkt Direkteur S.B. Drijber als President


Aanwezig de Heeren Onderdirecteurs L. Nyenbandering en J. Kluvers en de Zaalopzieners Unverzagt en Van Eck om te onderzoeken en te Vonnissen in Zake betrekkelijk een ingekomen Proces Verbaal van Zaalopziener Muller opgemaakt tegen Bedelaars Kolonist Arnoldus Franken als hebbende Zich op den 19e aug jl schuldig gemaakt aan desertie derden male en daar zulks strijdig is tegen art 11 van het Reglement van Tucht alhier ingebruik Zoo word dezelve voor de raad gebracht.

De president ondervraagd voormeld Bedelaars Kolonist of hij zich aan die misdaad voor de derde maal heeft schuldig gemaakt waarop hij zulks heeft bekend.

De raad doet de beschuldigde buiten gaan, waarna wordt geraadpleegd welke straf hem zal worden opgelegd als toen is de raad overeengekomen meergemelde Arnoldus Franken met 15 Rietjesslagen en 14 dagen Provoost Arrest om den anderen dag gesloten in boeyen.-

Arnoldus Franken wederom binnen geroepen Zijnde word aan hem dit Zelfs Straf kenbaar gemaakt en dadelijk ten uitvoer gebracht, waarmede de raad wordt gehouden voor geeindigd.

Aldus opgemaakt op dag, maand en Jaar als boven.
De President en Leden
S.B. Drijber
L. Neyenbandering
J. Kluvers
Van Eck
J.D. Unverzagt
J.F. Krieger, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag