Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Op heden den 15 October des Jaars 1800 Een en Dertig is door de WelEdele Heer Adjunkt Direkteur S.B. Drijber de Raad van Tugt belegd in Zijner functie als President


Extract uit de Notulen van de Raad van Tucht over de maand October 1831

Waren aanwezig de OnderDirecteurs J. Kluvers, L. Nyenbandering en de Zaalopzieners Unverzagt en Buck om te onderzoeken en te vonnissen in zake betrekkelijk een ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener Muller van waar beschuldiging wordt ingebracht tegen den Bedelaars Kolonist Fredrik Nauman  als hebbende zich schuldig gemaakt aan brutaliteit tegen Zijnen Zaalopziener en daar zulks strijdig is tegen art. 14 van het Tucht Reglement Zoo wordt hij voor de Raad gebracht.

De Raad doet de beschuldigde binnen komen waarna hem door den Heer President het Proces Verbaal wordt voorgelezen.

De beschuldigden wordt ondervraagt of hij zich aan die misdaad heeft schuldig gemaakt, hetgeen hij bekend doch zulks in drift was geschied.

De Raad doet de beschuldigde buiten gaan en er wordt ten gevolge door hem gepleegde misdaad door de gezamenlijke Leden van den Raad bepaald in gevolge art. 14 van het Tucht Reglement aan de beschuldigde de straf op te leggen van 8 dagen Provoost arrest.

Hierop wordt de zelve wederom binnen geroepen, hem het vonnis voor gelezen, hetwelk dadelijk zal worden ten uitvoer gebracht.

Door den President gevraagd zijnde of nog eenige der Leden iets hadden in te brengen wordt zulks ontkennend beantwoord, waarmede de Raad wordt gehouden voor geeindigd.

Aldus opgemaakt op dag, maand en Jaar als boven
S.B. Drijber
J. Kluvers
L. Neyenbandering
J.D. Unverzagt
Buck
F. Krieger

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620


Notities bij het zittingsverslag