Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Bevindt zich abusievelijk in invnr 1618

Ingevolge door den Adjunkt Direkteur van het 2 Gestigt der kolonie Veenhuizen belegden Raad van Tucht op den Eersten February 1832 zijn gecompareerd des middags te drie Uren


Als
Den Adjunkt Direkteur A. de Geus President,
de Onder  Direkteurs L. Bandering en J. Kluvers,
De Zaalopzieners  Müller en van Eynden, Leden

Is ingekomen Proces Verbaal van de Zaalopziener J.D. Unverzagt Houdende aanklagte tegen de Bedelaars Kolonisten E.L. Kloot(?), T. Schoon(?) en J. Timmerman(s)(?) zich hebbende schuldig gemaakt aan desertie en wel eerstgemelde voor de tweede maal met daarbij komende verzwarende omstandigheden en voor de twee overige voor de eerste keer.-

Alle drie welke te Boskoop zijn gearresteerd en weder terug gebracht ten gevolge waarvan de straf in Art. 11 bepaald op hun toepasselijk kan worden beschoud.
De genoemde personen gehoord hebbende ?? dat zij zonder wettige redenen zich aan desertie hebben schuldig gemaakt.

De beschuldigden worden wederom buiten gelaten ten einde de straffen te overwegen en op hun toe te passen.

Wordt bepaald dat de kolonist E.L. Kloot(?) als aanleidende oorzaak tot desertie der twee overige personen zal worden gestraft, met opsluiting in boeyen voor 8 dagen voorafgegaan van 15 rietslagen terwijl de twee overige met Namen T. Schoon(?) en J. Timmermans de straf worde opgelegd van zes dagen Provoost in opsluiting in boeyen & alle drie ontvlugte personen drie maanden lang een deserteurspak als schandkleed moeten dragen.

Door navrage gebleken zijnde dat er geeen zaken meer te behandelen waren is de Raad gehouden voor gesloten.

Aldus gehouden te Veenhuizen op dage, maanden & Jare als boven
De President en verdere Leden
Ad’s de Geus
L. Bandering
J. Kluvers
v. Eynden
Müller
Krieger jun. Secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, zit per abuis in invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag