Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Raad van Tucht op heden den 14 maart 1832


Ingevolge door den Adjunct-Directeur belegden Raad van Tucht op heden den 14 maart 1832, zijn gecompareerd des namiddags te 6 uur de navolgende leden als:

De Adjunct-Directeur A. de Geus, President
De Onderdirecteurs J. Kluvers en L. Nijenbandring en de zaalopzieners J. v.d. Einden  en Muller.

De president verklaart de vergadering voor geopend, zijn aan de Raad voorgelegd twee Processen-Verbaal:

1. van de zaalopzieners Muller en Buck opgemaakt ten bezwaren van de bedelaars Kolonisten Arnoldus Franken en Godefridus de Kinderen als hebbende zich schuldig gemaakt aan verkooping en verpanding van Koloniale kleedingstukken en wel van hunnen medekolonist Johannes Frederik Prevaas.

2. tegen Maartje Alberts Hes hebbende zich schuldig gemaakt aan het versnijden van drie bedlakens uit de hangmatten.

Dientengevolge worden voormelden bedelaars Kolonisten voor de Raad gebracht en aan hun gevraagd op de Processen-verbaal overeenkomstig de waarheid zijn opgemaakt, en of zij zich aan de misdaad hebben schuldig gemaakt. Deze vragen zijn door hun met ja beantwoord.
 
Hierop doet de Raad de beschuldigden naar buiten gaan en gaat over tot het bepalen der straffen.

Na hieromtrent eenige tijd te hebben gedelibereerd, zo wordt besloten op grond van Artikel 13 van het Tuchtreglement alhier in gebruik de voornoemde bedelaars Kolonisten te straffen als volgt:

Arnoldus Franken met 14 dagen Provoost arrest, om den anderen dag gesloten in boeijen, de drie eerste en de drie laatste dagen te water en te brood.

Godefridus de Kinderen met 8 dagen Provoost arrest.

Frederik Prevaas met 8 dagen Provoost arrest.

Maartje Alberts Hes met 8 dagen Provoost arrest.

Hierna zijn dezelven dan wederom binnengelaten en hun de door voormelde Raad belegde vonnissen voorgelezen, welke van heden af aan ter executie moeten worden gebracht.

Aldus opgemaakt ten Jare en dage als voorschreven,
De President en verdere Leden.
Ads de Geus
J. Kluvers
L. Bandering
J.F. Krieger
Muller
van Eijnden

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag