Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tucht belegd op heden den 7 December 1800 twee en dertig


Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht gedurende de maand December 1832.

De Raad van Tucht belegd op heden den 7 December 1800 twee en dertig door den Heer Adjunct-Directeur A. de Geus als President zijn gecompareerd te 6 uur de navolgende Leden:
De President voornoemd
De Onderdirecteur J.F. Krieger
De zaalopziener D. Klaver
De zaalopziener G. Gustavus

De President verklaart de vergadering voor geopend.

Wordt aan den Raad voorgelegd een Proces-verbaal van den zaalopziener Muller inhoudende aanklagt tegen den Bedelaars Kolonist Adrianus Louwers hebbende zich schuldig gemaakt aan desertie van de eerste maal met medeneming van Koloniale Goederen en wel bestaande in een beddelaken en daar zulks strijdig is tegen Artikel 11 van het Tucht Reglement  voor de Kolonien vastgesteld zoo wordt voornoemde Adrianus Louwers hieromtrent voor den Raad gebragt.

Bovengemeld Proces-Verbaal hem zijnde voorgelezen heeft hij bekend zich aan de daarin vermelde misdaad te hebben schuldig gemaakt.

Na zulks door hem bekend zijnde wordt hij buiten den Raad gebragt.

Gezien Artikel 11: “Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil, en daarin wordt verhinderd, of ontvlugt en weder teruggebragt is zal met opsluiting in boeijen tot 10 dagen toe, de twee eerste te water en brood, worden gestraft, met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of ander verzwarende omstandigheden , als ook ontvlugting voor de tweede maal met opsluiting in boeijen gedurende veertien dagen waarvan de drie eerste en de drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden voor de tweede of volgende malen benevens eenvoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig rietjesslagen en opsluiting alsvoren, zullende als de ontvlugt geweest zijnde, of die dat kennelijk hebben willen doen na de ondergaande straf veertien dagen lang een onderscheidend kleeding moeten dragen  en in de disciplinezaal worden geplaatst”.

Zo wordt hij ingevolge bovengemeld Artikel door de Raad gestraft met 14 dagen Provoost de drie eerste en de drie laatste dagen te water en brood.

Aldus opgemaakt ten dage en jare voorschreven,
Ads de Geus
Krieger
D. Klaver
G. Gustavus

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag