Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De Raad van Tucht belegd op heden den 12de Junij 1833


door den Heer Adjunct Directeur A.de Geus, als President; alzoo des avonds ten 7 Uur Gecompareerd de navolgende Leden.

De President voornoemd
De Onder Directeur S.F. Krieger
De Zaalopziener Unverzagt
De Zaalopziener Klaver       

De President verklaard de vergadering voor geopend.

Wordt gelezen een Proces Verbaal, opgemaakt door den Zaalopziener Muller inhoudende een aanklagt van den Veldwagter Gijben ten lasten den Bedelaars Kolonist H. Bekker als hebbende zich zonder voorkennis van de Direktie begeven, buiten de Limieten, der Veldwachters, en alzoo kunnende worden aangemerkt als Poging tot desertien.

De aangeklaagde wordt binnen geroepen en ondervraagd of dit  Proces Verbaal overeenkomstig de waarheid is.

Hierop heeft hij geantwoord, dat hij niet voornemens is geweest te deserteeren,  doch naar voornoemden Veldwagter Gijben heeft willen zoeken, dewijl hij hem Spreeken moest;-

 De Raad heeft geoordeeld, dat dit slegts een uitvlugt is, en hem zeer goed bekend was, dat hij, buiten de Limieten der Veldwachters gaande, als deserteur werdt aangemerkt, en daarvoor strafbaar was.-

Bovendien heeft hij zich schuldig gemaakt aan het te zoek brengen van zijn Beddelaken, het welk de Zaalopiener Muller heeft vermist in zijn Hangmat, waarop de aangeklaagde heeft  geantwoord, dat dit Beddelaken zoude Gestolen zijn, door den in der tijd Gedeserteerde Bedelaars Kolonist G. Leicher.

Doch het Welk al mede door den Raad geoordeelt werdt, onwaar te zijn, uit hoofde voornoemden Leicher, reeds voor eenige maanden geleden is ontvlugt, en hij van het medenemen van zijn Beddelaken nimmer heeft gesproken.

De raad houd zich volkomen overtuigd, dat de Bedelaars Kolonist H.Bakker zich heeft schuldig gemaakt aan ontvluging voor de eerste maal; met medeneeming van zijn goederen.

Besluit bij deze, ingevolge Artikel 11 hem den Straf op te leggen, van tien dagen Provoost arrest, om den anderen dag te water en te Brood en gesloten                                                                                                       

De Raad niets meerder te verhandelen hebbende
zoo gaat de vergadering uit een, en wordt voor het
tegenwoordige gehouden voor gesloten.

Aldus opgemaakt op datum als boven
A. de Geus
J.F. Krieger
D. Unverzagt
D. Klaver

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag