Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

De raad van Tucht belegd op heden den 26ste Julij door den Heer Adjunkt Direkteur Ad. den Geus, als President


Extract uit het verhandelde in de Raad van Tucht voor Bedelaars Kolonisten, gedurende de maand Julij 1833

Zijn  gecompareerd des Avonds ten 6 ½ Uur de navolgende Leden
De President voornoemd
De Onder Direkteur J. F. Krieger
De Zaalopzieners Muller en Klaver.
Zijnde afwezig den Onder Directeur Neijenbandering.

De Raad geopend zijnde, wordt ter tafel gebracht een Proces Verbaal  houdende aanklagt tegen den Bedelaars Kolonist P. Petri hebbende zich te buiten gegaan aan misbruik van Sterke Drank en Brutaliteit tegen zijne Superieuren.

De aangeklaagde wordt binnen gelaten, hem het Proces Verbaal voorgelezen en hem ondervraagd of het zelve overeenkomstig de waarheid was opgemaakt en hij zich aan Dronkenschap had schuldig gemaakt.

Het welk hij alles met ja heeft beantwoord, en ook moest bekennen gehandelt te hebben strijdig met de Koloniale Reglementen.

De Aangeklaagde wordt buitengelaten.

De Raad neemt inzage van het Reglement van Tucht.
Gezien Artikel 10 luidende als volgt: ”Dronkenschap voor de eerste maal zal met opsluiting van vijf dagen en voor de tweede maal met opsluiting en boeyen tot tien dagen toe, worden gestraft; En indien de zelve is gepaard gegaan met verzwaarende omstandigheden, als ook eenvoudige Dronkenschap voor de derde maal en volgende, met opsluiting in boeyen tot tien dagen toe, te Water en Brood om den anderen dag.”

Naar aanleiding van bovengemeld artikel, en overwegende dat de Bedelaars Kolonist Philip Petri zich meermalen aan Dronkenschap heeft schuldig gemaakt Zoo wordt aan hem de straf opgelegd van Tien dagen Provoost Arrest.

Zoo is hier mede de Raad geeindigd na alvorens de gecondemneerde zijn straf te hebben voorgelezen.

Aldus opgemaakt op bovengenoemde datum
Ads. den Geus
J.F. Krieger, secretaris
Müller
D. Klaver

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag