Bedelaars bij het derde gesticht

Extract uit de Notulen van het Verhandelde in de Raad van Tucht op den 26 Augustus 1835


De Raad is vergaderd.

Wordt voorgenomen het op den 23 Augustus 1835 voorgevallene met den kolonisten bedelaar Dame die zich niet ontzien heeft zich schuldig te maken aan dronkenschap gepaard met resistentie.-

De beklaagde bekend schuld, doch verzoekt verschooning.-

In aanmerking nemende dat kolonisten bedelaars het zich als eene buitengewone gunst moeten aanrekenen als huisgezinnen gevestigt te worden in dierhalven ingeval van onbehoorlijk gedrag geene consideratien verdienen.

Gezien art 2 Litt a van het Reglement van Tucht voor de kolonisten Huisgezinnen luidende:
“weigering van gehoorzaamheid aan, onbescheidenheid jegens, of wel dadelijk verzet tegen een van de koloniale ambtenaren als mede litt c misbruik maken van sterke drank”
Zal gestraft worden
Volgens art 3 sub 1 als volgt:
“Opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer, naar gelang der omstandigheden, van hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder La a tot c vermeld heeft schuldig gemaakt”

De Leden brengen hun gevoelen uit.

Met eenparige stemmen wordt de straf bepaald op acht dagen strafkamer, waarmede zich de voorzitter vereenigt.-

Na expiratie van deze straftijd wordt voorgesteld om Dame terug te plaatsen onder de enkele personen van het 2e gesticht als waar toe zijl: oorspronkelijk behoren.

Een lid vermeent daar het de eerste maal is zulks nog niet te doen plaats hebben.

De meerderheid beslist.-

De kolonisten bedelaar Dame benevens zijne Huisvrouw worden naar het 2e gesticht terug geplaatst onder approbatie van den Heer Directeur der Kolonien.-

De Raad is afgelopen en wordt gesloten.
Aldus gedaan op dato als boven
De President & Leeden
Was getekend,
S. B. Drijber
C. W. Rensing
L. Nijenbandering
C. Koens
C. Blanke
Voor Extract Conform, De Secretaris
Haarman

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag