Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Bevindt zich abusievelijk in invnr 1618

Raad van Policie en Tucht voor Bedelaars Kolonisten te Veenhuizen op den 9 July 1836


Tegenwoordig zijn de Leden
C. Hulst, adjunct directeur President
A.B. Schaghen, Zaalopziener
K. Gustavus, Zaalopziener
J. Kluvers, Onder Directeur secretaris
Den Onder Directeur buiten L. Neijenbandering kan door andere bezigheden de taad niet bijwonen.-

Is ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener Jan Mich. Muller opgemaakt tegen den kolonist ??Marke als hebbende zich op den 1?e  dezer aan desertie willen schuldig maken doch in welke ?? poging tot dezelve hij is verhinderd alvorens hij de Limieten kon bereiken.

Verder is ingekomen Proces Verbaal van den Zaalopziener E. Rulach tegen A. de Bruin als zijnde op het land van zijn werk weggeloopen met het voornemen de kolonie zoo danig heimelijk te verlaten, in welk voornemen hij echter is verhinderd en terug gebragt geworden.-

De beschuldigden worden voor de Raad gebragt en aan hun de Proces Verbalen voorgelezen.

De President vraagt of zij iets konden inbrengen het welk ter Verschoning zoude strekken op de tegen hun ingebragte misdrijven- de antwoorden van ?? zijn onvoldoende en uit dezelve is klaarblijkelijk af te leiden dat het hunner beide voornemen was om te willen deserteren.

De Raad gelet op de volledige overtuiging dat beide kolonisten het stellige voornemen hadden  gehad om te ontvlugten.

Overwegende dat de straffen voorschreven in Art  11 van het tucht reglement op hun kunnen worden toegepast luidende dit artikel als volgt
Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt verhinderd, of ontvlugt en weder terug gebragt, zal met opsluiting in boeijen tot tien dagen toe, de twee eerste te water en brood worden gestraft. Zullende al eens (?) ontvlugt geweest zijnden of die dit heimelijk hebben willen doen, na de ondergane straf niet minder dan vier maanden eene onderscheidene kleeding moeten dragen en in de descipline zaal worden geplaatst

De Raad In aanmerking nemende dat de desertie van beide kolonisten voor den eerste maal is geschied en dat dezelve niet gepaard is gegaan met bezwarende omstandigheden
Veroordeeld gezegde kolonisten ?? Marke en A de Bruin tot tien dagen provoost arrest in boeijen, de eerste twee te water en brood, en na de ondergane straf te dragen een onderscheidene kleeding voor den tijd van vier maanden.

De Betrokkene kolonisten worden andermaal in den Raad geroepen en worden de op hen toegepaste straffen aan hun voorgelezen, terwijl de zaalopzieners onder wiens onmiddellijk beheer zij horen, gelast worden om al aanstonds de toegekende straffen ter executie te brengen.

De President bij omvraging gebleken zijnde dat er geene zaken meer te verhandelen zijn, verklaart de Raad voor te zijn gesloten.
Aldus gedaan in de Raad van tucht op tijd plaats dag maand en jaar als boven
Voor Extract Conform
De Secretaris J. Kluwers

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, zit per abuis in invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag