Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Bevindt zich abusievelijk in invnr 1618

Extract Raad van Policie en Tucht voor Bedelaars Kolonisten te Veenhuizen den 26 November 1836


Tegenwoordig zijn de Leeden
J. Kluvers Adjunct Directeur President
Leeden
L. Neijenbandering Onder Directeur buiten
J. Cloppenburg zaalopziener
E. Rurach, zaalopziener

wordende door gemis van den Onder Directeur en Boekhouder de werkzaamheden van Secretaris door den President waargenomen.

Is ingekomen proces verbaal van den Zaalopziener H.B. Schaghen opgemaakt ten bezware van de Bedelaars Koloniste Maria van der Leur als zich aan Desertie hebbende willen schuldig maken, waarin zij echter door nog vroegtijdige opsporing is verhinderd en terug gebragt zonder dat zij de gelegenheid had de Limiten te over schreiden. –

De beschuldigde wordt in de raad voor gebragt en aan haar het tegen haar opgemaakte proces verbaal voorgelezen, waar tegen zij eerst wilde beweren dat zij in een stoel in slaap was gevallen en daar door het appèl niet had opgemerkt doch bij nader overreden erkende zij het feit en beloofde zulks niet meer te zullen doen.-

De beschuldigde doet men uit den raad gaan ten einde over te gaan tot de strafbepaling.-

De Raad gelet op de bewezene misdaad en overtuigende blijk dat er bij de beschuldigde een stellig voornemen bestond om te willen ontvluchten waaraan nog maar slegts eene gunstige gelegenheid ontbrak.

Overwegende dat de straffen op desertie toegepast vervat zijn in artikel 11 van het Tucht reglement voor Bedelaars Kolonisten welk artikel aldus luid.-
Hij die voor de eerste maal ontvluchten wil en daarin wordt verhinderd of ontvlucht en weer terug gebragt is, zal met opsluiting in boeijen tot tien dagen (reglement zegt drie tot acht) de eerste twee te water en Brood worden gestraft, met meede neming van Goederen buiten de aan hebbende Kleeding of andere verzwarende omstandigheden als ook ontvluchting voor de tweede maal met opsluiting in Boeijen gedurende veertien dagen waarvan de drie eerste end e drie laatste te water en brood en enZ:  zullende al de ontvlucht geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf niet minder(t) dan vier Maanden lang eene onderscheidene Kleeding moeten dragen en in de discipline Zaal worden geplaatst.

De Raad in aanmerking nemende dat de beschuldigde voor onlangs gekleed in een schandpak van de ommerschans na herwaarts is overgebragt waaruit en uit hare eigene verklaring is gebleken dat zij voor de tweede maal heeft willen ontvluchten.

Veroordeeld de beschuldigde Maria van der Leur met veertien dagen provoost arrest in boeijen de drie eerste en drie laatste te water en brood, en na de ondergane straf een Schandpak te dragen voor den tijd van vier Maanden.

De beschuldigde wordt andermaal voor den Raad gebragt en aan haar het tegen haar gevallen vonnis voorgelezen, terwijl den zaalopziener onder welk toezigt zij gesteld is wordt gelast tot de onverwijlde executie.

De president bij omvraging gebleken zijnde dat er geen zaken meer te verhandelen zijn houd de Raad voor gesloten.

Aldus gedaan in de Raad van Policie en Tucht op plaats dag maand en jaar als boven.
Voor Extract conform
De President. –
Kluvers

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, zit per abuis in invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag