Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van den 5 February 1840


Extract uit de Notulen gehouden bij de Raad van Politie en Tucht voor Bedelaars Kolonisten te Veenhuizen 2e Etablissement gedurende de maand February 1840.

Tegenwoordig zijn:
J. Kluvers Adjunct Directeur. President
Leden:
P.J. Visser  zaalopziener
J.M. Muller zaalopziener
A.B. Ente Onder Directeur, Secretaris

Zijnde den Onder Directeur Neyenbandering door dienstbetrekking verhindert deze zitting bij te wonen.

Wordt ter tafel gebragt een Proces verbaal van den Zaalopziener R: Gustavus bevattende klagten tegen de Bedelaars Koloniste W. Boerma N1310 als hebbende zij ???? burger Kleeding ontvreemd van de Bedelaars Koloniste J.C.Eckhardt N2251 en dezelve had verkocht voor eene waarde van fl 3,05.

Mede Proces verbaal van den Zaalopziener A.B. Schaghen houdende als voren tegen den Straf Kolonist H. van der Valk welke zich schuldig had gemaakt aan het verkoopen of te zoek brengen van eene linne broek, en

Nog Proces verbaal van den Zaalopziener G. de Waal houdende mede als voren tegen de Bedelaars Kolonisten J. Pronk N750, J. Bernau(?) N2074 D. Soelegad(?) N1190 en B.  Fransen N1671 als hebbende den eerstgenoemden dief niet ontzien van Kleeding stukken te zoek te maken of verkoopen als een hemd, de tweede een ??? hemd, de daaropvolgenden een paar Kousen en den laatst gemelden Bedelaars Kolonist mede een paar linne(?) kousen en zulks wel voor de tweede maal.

De President doet de aangeklaagden ?? binnen  staan en de tegen hun opgemaakte bezwaren duidelijk voorlezen, waartegen door de zelven geen ?? voorhanden waren  en dierhalve  geene verontschuldigingen zijn ingebragt geworden.

De President brengt hun onder het oog hoe geheel verkeerdelijk door hun was gehandeld geworden, het nadelige dat er voor hun voor het vervolg uit voort vloeit indien zij bij dusdanige gedragingen bij een ieder hunner medeleven in minachting geraken en zal ?? door hunne weldenkende mede kolonisten ten ?? worden ??.

De Raad gelet op de onvoldoende redenen der genoemde Kolonisten ter hunner verontschuldiging ingebragt,

Overwegende dat de straffen vervat in het 13e Artikel  besluit der P.C. van den 9 October 1839 N.5/ op alle ?? ze betrokkene behooren te worden toegepast, welke luiden als volgt
Art. 13 “Ontvreemding, Verwaarloozing, beschadiging of verpanding van Goed aan de Maatschappij, aan de Ambtenaren aan mede Kolonisten of aan iemand anders behoorende, zal worden gestraft met dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde of verpande uit het tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting in boeyen van drie tot veertien dagen, naar gelang der omstandigheden, des noods te water en brood om den anderen dag, en, bij herhaling van een dier misdrijven altijd met 14 dagen opsluiting in boeyen, de drie eerste en de drie laatste te water en brood.”

De Raad in aanmerking nemende dat de Kolonisten J. Pronk, J. Berna(?), D. Goelegoe(?) Eene geregte straf behooren te ontvangen, dat ?? de hooge jaren van den Straf Kolonist H. van der Valk dient te worden overwogen en dat  W. Boerma wegens ontvreemding en verkoopen eene dubbele straf ??  zich voor de tweede maal aan het verkoopen enz. van Kleeding heeft schuldig gemaakt en dier ?? gelijk behoort te worden gesteld met den Kolonist B. Fransen  welke bij herhaling zich niet ontzien heeft dit feit te begaan.

Na deliberatie veroordeelt de Raad de Kolonisten J. Pronk, B. Bernau,  en D. Poelejae(?) te straffen met acht dagen provoost arrest in boeyen, benevens dubbelde vergoeding van het verkochte ?? uit hun tegoed bij de Maatschappij,
de Straf Kolonist H. van der Valk met vijf dagen arrest in de provoost en de dubbelde vergoeding als boven van de door hem te zoek gemaakte kleeding
en de kolonisten W. Boerma en B. Fransen te straffen met veertien dagen provoost arrest in boeyen, de drie eerste en de drie laatste dagen te water en brood, benevens de dubbelde vergoedeing van het ontvreemde enz. uit hun tegoed bij de  Maatschappij,
terwijl de Koloniste M. Boerma  de ontvreemde en verkochte Kleeding aan de eigenaresse terug moet bezorgen zonder den Kooper of Koopers schadeloos te stellen.-

De President doet de beschuldigden weder binnen staan en de tegen hun opgemaakte vonnissen voorlezen, terwijl de zaalopziener worden gelast de toegepaste straffen ter Executie te brengen.

Den President gebleken zijnde er heden niets meer te behandelen over blijft, wordt de zitting gehouden voor gesloten.

Aldus gedaan ter plaatse, dag, maand en Jaar als boven.
Was get.
J. Kluvers Adj Dir, President
P.J. Visser
J.M. Muller
A.B. Ente, secretaries
Voor Extract Conform

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag