Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van den 17 February 1840


Tegenwoordig zijn,
J. Kluvers, Adj. Direct. President
Leden:
K. Gustavus, zaalopziener
G. de Waal, zaalopziener
A.B. Ente, Onderdir. Secretaris

Den onder Directeur Neyenbandering wordt door dienstaangelegenheden verhindert de zitting bij te wonen.

Wordt gelezen een Proces verbaal van den Zaalopziener A.B.Schaghen    opgemaakt tegen den Bedelaars Kolonist F .Holzhauzen N1073 houdende dat denzelven Kolonist zich had schuldig gemaakt aan eenvoudige ontvlugting voor de eerste maal.

De President doet den beschuldigden binnen staan en het tegen hem opgemaakte proces verbaal voorlezen, waartegen hij niets konde inbrengen en belovende zich nimmermeer aan dergelijke handeling te zullen schuldig maken.

De Raad in overweging nemende dat de straf in Art 11 van het Reglement van Tucht op den beschuldigden van toepassing is en luide als volgt:
Art.11: ”Hij die voor de Eerste maal ontvlugten wil en Daarin wordt verhinderd, of ontvlugt en weder terug gebragt is, zal met opsluiting in boeyen tot tien Dagen toe, de twee Eerste te water en brood worden gestraft.- met mede neeming van goederen, buiten de aan hebbende Kleeding of andere verzwaarende omstandigheden, als ook ontvlugting voor de tweede maal met opsluiting in boeyen gedurende veertien dagen, waarvan de drie eerste en de drie laatste te water en brood, en met verzwaarende omstandigheden, voor de tweede of volgende maal, benevens eenvoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig Rietjes Slagen en opsluiting als voren;  zullende al de ontvlugt geweest zijnde, of die dit kennelijk hebben willen doen, na de ondergane straf, veertien dagen lang, eene onderscheidenen Kleeding moeten dragen voor de tijd van vier maanden , en in de Discipline Zaal worden geplaatst.”

De Raad in aanmerking nemende dat hij zich aan ontvlugting voor de eerste maal heeft schuldig gemaakt, dat hij wel is waar niet in het volle bezit is van zijn alle zijne geestvermogens, doch daarom niet van straf kan worden vrijgesproken.

Na deze overweging veroordeeld de Raad de Kolonist F. Holzhauzen N1073 met tien dagen provoost arrest in boeyen de twee eerste te water en brood en na de ondergane straf, eene onderscheidene Kleeding te moetem dragen voor den tijd van vier maanden.

De President doet hem weder binnen staan en de op hem toegepaste straf voorlezen, terwijl den Zaalopziener Schaghen wordt gelast de genoemde straf ter executie te brengen. Waarna de President de vergadering sluit ?? en heden nu er niets te behandelen is overgebleven.

Aldus gedaan op plaats, dag maand en jaar als boven vermeld?

Was Get.
J. Kluvers, Adj.Dir, President
K. Gustavus
G. de Waal
A.B. Ente. Secretaries
 

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1620

Notities bij het zittingsverslag