Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

zitting van den 18e februarij 1843.


Tegenwoordig zijn:
W. Rensing, Adjunct-Directeur en President
G.J. Hendriks en W. Heideman, Onderdirecteurs
Van den Berg, Menes, zaalopzieners
Ente, boekhouder en secretaris.

Wordt ter tafel gebragt

Proces-verbaal van den zaalopziener Schilder tegen de Bedelaarskolonisten A.J. de Groot N1077 wegens het bij herhaling te zoek maken van kleedingstukken ter waarde van vijf en dertig cents en A.J. Grootwilling N750 wegens het verkopen van een hemd en een voerlaken broek ter waarde van drie gulden vijf en twintig cents.

Proces-verbaal van den zaalopziener Visser tegen den Bedelaarskolonist J. Simons N1705 wegens onzedelijke omgang met anderen.


De beschuldigden worden een voor een binnengelaten en de tegen hen ingebragte klagten voorgelezen waartegen zij geene verschoonbare redenen hebben in te brengen, men laat hun vervolgens buitengaan om over strafbepalingen te kunnen handelen.

In overweging nemende dat Artikel 13 van het Tuchtreglement op de Kolonisten De Groot en Grootwilling en Artikel 16 op den Kolonist Simons behoorden te worden toegepast en luidende als volgt:
Artikel 13. Hiervoren omschreven.
Artikel 16. Onzedelijk gedrag in woorden des vloeken, schelden, razen enzovoort of met daden, door zedeloozen omgang met anderen, zal met verplaatsing in de disciplinezaal van een tot acht dagen worden gestraft en bij herhaling daarvan met opsluiting zoo nodig in boeijen en te water en brood om den anderen dag.

In overweging nemende, dat op de hierin bedoelde Kolonisten onder deze omstandigheden geene verschooning kan worden toegepast, maar ingevolge het Reglement verwoort in opgemelde Artikelen behoorden te worden gecorrigeert.

Zoo veroordeeld de Raad de Kolonisten De Groot en Grootwilling ieder met veertien dagen Provoost in boeijen, waarvan de drie eerste en de drie laatste dagen te water en brood en dubbelde vergoeding van de waarde der verkochte kleeding uit hun tegoed bij de Maatschappij
en den Kolonist Simons met acht dagen Provoost.

Men laat andermaal de hierin vermelde Kolonisten binnenkomen en de tegen hun bepaalde straffen voorlezen, waarna aan de zaalopzieners wordt gelast, onder wiens onmiddellijk toezicht zij gesteld zijn, de straffen op hun toegepast ter executie te brengen.

Geene der leden iets meer hebbende voor te stellen word de vergadering gesloten. Aldus gedaan op dag,maand en jaar als in het hoofd dezes gemeld.

Was getekend, Rensing, Hendriks, Heidema, Van den Berg, Menes en Ente

Voor extract conform, de secretaris, Ente.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1621

Notities bij het zittingsverslag