Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

zitting van den 25e februarij 1843.


Extract uit het Register der Notulen van den Raad van Tucht voor Bedelaarskolonisten gehouden te Veenhuizen, Tweede Gesticht.


Tegenwoordig zijn;
C.W. Rensing, Adjunct-Directeur en President
G.J. Hendriks en W. Heidema, Onderdirecteurs
Gustavus,Visser, zaalopzieners
Ente, boekhouder en secretaris.

Wordt ter tafel gebragt

- Proces-verbaal van den zaalopziener Lammering tegen de Bedelaarskoloniste M.C. Knip, N2216, wegens verregaande brutaliteit.
 
- Proces-verbaal van den zaalopziener Jansen tegen de Bedelaarskolonist W. van Stigt, N1322 wegens ontvreemding van vlees van de menage.

- Proces-verbaal van den zaalopziener Schilder tegen de Bedelaarskolonist A. Jansen, als hebbende zich zonder permissie van het werk verwijdert.

De beschuldigden worden een voor een binnengelaten en de tegen hun ingebragte bezwaren voorgelezen, waartegen zij niets ter hunner verschooning hebben kunnen inbrengen, zoo laat hun vervolgens buitengaan om over de strafbepalingen te kunnen handelen.

In overweging nemende dat Artikel  9 van het Tuchtreglement op de Kolonisten Knip en A.Jansen en Artikel 13 op de Kolonist Van Stigt behoorden te worden toegepast en luidende als volgt:
“Artikel 13 hiervoren omschreven.
Artikel 9. Alle ongehoorzaamheid jegens de Koloniale Ambtenaren zal met verplaatsing in de disciplinezaal voor drie tot acht dagen worden gestraft en indien dezelve met brutaliteit gepaard gegaan is met opsluiting voor dezelfden tijd in de Provoost.”

In overweging nemende dat op de hierin vermelde Kolonisten, onder deze omstandigheden geene verschoning kan worden toegepast, maar ingevolge het Reglement vervat in opgemelde Artikelen behoorden te worden gecorrigeert.

Zoo veroordeelt de Raad de Koloniste Knip met acht dagen provoost, Jansen en Van Stigt ieder met vier dagen Provoost.

Men laat andermaal de hierin voorkomende Kolonisten binnenkoomen en de tegen hun bepaalde straffen voorlezen, waarna aan de zaalopzieners wordt gelast, onder wiens onmiddellijke toezigt zij gesteld zijn, de straffen op hun toegepast ter executie te brengen.

Geene der leden iets meer ter behandeling hebbende voor te dragen wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dag,maand en jaar als in het hoofd dezes vermeld.

Was getekend, Rensing, Hendriks, Heidema, Gustavus, Visser en Enke, secretaris

Voor extract conform, de secretaris, Ente.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1621

Notities bij het zittingsverslag